Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

537

wil zijn, zooals ik het ook met hiar wil wezen. Voel je mij, Lief? ik geloof het haast wèl.

Jij verschilt van de meeste andere vrouwen, - ik heb het je, geloof ik, al meer gezegd, - jij hebt achteraf, door al je meest verschillende stemmingen heen, toch een vaste kern in je ziel, en daarom, o, Lief, heb ik zoo'n respectueuse, diepe sympathie voor jou. En wees hiervan zeker, ik zal je nooit alleen laten staan, overgeleverd aan je eigen verdrietigheid. Kom altijd bij mij, vraag ik je zoo innig, met je inwendigen strijd en je bezwaren en kwellingen, dan zullen wij er kalm maar gevoeld over spreken, en na wat je nu zelf erover hebt gezegd, en wat mij zoo stil-blij maakt, durf ik je te verzekeren, dat dan altijd alles weer in orde zal komen, en je zacht zult gaan lachen met een diepen, gelukkigen blik.

O, Liefste, ik heb je onweerstaanbaar-lief, en ik geef mij zoo rustig-zalig aan mijn gevoel-voor-jou over, want ik weet zeker, dat het voor ons beider geluk zal zijn.

O, Lief, dat je eindelijk geheel bent gaan gelooven in de kracht en de diepte en de constantheid van mijn gevoel voor jou! 't Is of de lucht om mij henen lichter is geworden, of ik makkelijker ademhaal en me luchtiger beweeg. En ik antwoord je alleen: dat je je niet in mij vergist, dat ik altijd dezelfde voor je zal blijven in voelen en helpen, of als er een verandering mócht komen, dat die verandering dan een versterking zal zijn, als dat tenminste mógelijk isl Want ik heb nooit zoo iets, voor niets en niemand kunnen voelen, als nu voor jou, als altijd voor jou. O, je maakt mij zoo gelukkig, zóó volkomen gelukkig, als ik niet had gedacht, dat in het leven te bereiken was. O, en dat zalige gevoel, dat ik jou óók gelukkig maak! Nu weet ik, waarom ik leef, want dat wist ik vroeger niet. Wil ik je eens wat zeggen, Lief? Ik geloof voortaan in jou, zooals ik in mezelf geloof.

O, jouw geloof in mij is zoo goed geplaatst I Want er is geen gedachte, geen gevoel, geen neiging, er is niets in mij, dat tegen je ingaat of op een afstand blijft staan. Alles in mij voel ik harmonisch met jou worden, en hoe langer hoe meer zal dat zoo zijn, hoe meer wij persoonlijk met elkaar omgaan, wat nu toch welhaast gebeuren zal.

Lief, dit moet de brief zijn, dien je morgenochtend krijgt: het is nu bij half drie 's middags: ik ga nu eerst weer verder lezen in je boek, waar ik zeer verlangend naar ben, omdat ik het zoo sterk en mooi-gevoelig vind. Tot straks dus!

Sluiten