Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

545

nu wil mijn ziel niet meet alleen vervuld zijn van „literatuur", mgar van liefde. Ik verwerp mijn vroeger bestaan, mijn zelfzuchtig leven, mijn werk, - ik wil nu leven voor jou, voor jou-alleen. Maar o] help me dan, Lief, help me dan, - en zeg me, dat je van me houdt! Ik smeek je, ik smeek je, Lief, wees niet zoo vreeselijk-hard, om hierop te zeggen, dat deze uiting een stemming is, - zooals je eens hebt gezegd, dat mijn liefde-uitingen waren, - want juist al het andere, al net onaangename, onaardige, onlieve, dat zijn stemmingen, die niet duren, maar verdwijnen kunnen en zullen, - dat zijn de afwijkingen van nüjn gevoel. O, Lief, maar dat weet je nu toch wel, nietwaar? Ik eindig nu, en kus je even zacht op je wang, en leun mijn hoofd tegen je schouder, dan voel ik al wat me verdriet doet vereaan. Dag, Lief! 6

jouw eigen Jean

O, Lief, wat je schrijft over de proeven van mijn dichtbundel, ja, om je de waarheid te zeggen: dolgraag! Want ik houd absoluut geen tijd over. Ik vind 't vreeselijk lief, dat je 't me aanbiedt, en neem t heel dankbaar aan, als 't je tenminste geen verhindering in je eigen werkzaamheden geeft. Maar ik weet niet, wanneer Veenstra er aan beginnen zal, omdat hij van plan is Walden dadelijk uit te geven.

Lief, ik moet toch nog even wat zeggen. Die fel-verachteHjke qualificatie van Felix, dat hij geen mensch is, maar een, (je zal nog wel weten, wat je geschreven hebt) omdat hij dien laatsten kus geeft aan Virginie, - wordt die uitdrukking van jou wel gerechtvaardigd door deze daad? Wist hij dan toen nog wat hij deed, was dat dan toen nog een zoen-uit-begeerte? Hij had het kind ook wel ongetroost kunnen laten sterven, maar een mstinctmatige zucht, om goed te maken, wat hij onbewust had misdaan, dreef hem daartoe. Ja, Lief, ik moest 't me niet zoo erg aantrekken, maar ik kan 't niet helpen, dat 't me zoo verschrikkelijk hindert. Maar nu zal ik er heusch niet meer over zeggen, ik zal misschien nog wel andere dingen moeten hooren. Maar»Je begrijpt, Lief! van vréémden gaat het langs me heen!

Arthur van Schendel heeft een prettigen indruk op me gemaakt; ik geloof, dat hij ontwikkeld, beschaafd en aangenaam-in-denomgang is, en wat men noemt een bedaard-degelijke jongen.

Dag, Lief!

jouw Jean

Sluiten