Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

546

LIEFDESBRIEVEN

Bussum, Parkzicht Ziezoo, die Zondag is al weer, gelukkig! om! O, dat is zoo vervelend, als er 's avonds geen post komt, en ik dus geen brief van je krijg.

Ik heb gisteren en vandaag de eerste vier vellen in proef gekregen van het tweede deel van mijn Verzen, dat begint met een herdruk van mijn Nieuwe Verzen. Versluys wou dat liever zoo, - ik weet niet, of ik het je verteld heb, - want dan staan al mijn verzen in twee gelijke deelen; het eerste is dan de Verzen. Het tweede, nu in aantocht zijnde deel heet dan ook Verzen, en op het titelblad in het midden staat Tweede Deel. Zooals je weet is er van het eerste deel ook een pracht-editie verschenen.

Je roman zal, denk ik, wel erg de aandacht trekken. Ik hoop, dat je t mij niet kwalijk hebt genomen, dat ik zoo over je Felix opspeelde. Het moet je veeleer een bewijs zijn, dat je hem goed gegeven hebt, daar ik een indruk van hem heb gekregen, dien ik zoo kras-weg uiten kon. Had je hem minder goed gedaan, dan was ik er als vanzeff meer over heen gegleden natuurhjk.

Je zegt me 't zoo te apprecieeren, dat ik je dadehjk schreef over je boek. Maar dat ik het dadehjk deed, was toch heusch niet aheen een heve vriendelijkheid van me. Je boek heeft mij verschrikkehjk „gepakt," en zoo ben ik er spontaan toe gekomen, om je onmiddellijk te schrijven, wat ik er van vond. Ik ging, heelemaal onder den indruk ervan, naar bed gisteravond, en ik was er zelfs een klein tikje weemoedig door. Want ik dacht zoo bij mij zelf: „Wat kan „Jeanne eigenhjk voor bijzonders aan je vinden, als zij, zoo jong „nog, dat al kan? Jijzelf bent veel meer een abstracte natuur."

Maar weet nu wèl. Lief! Ik zeg dit niet, om iets van je uit te lokken, iets aardigs en aangenaams voor mij. Ik zeg het aheen maar, om je te toonen hoe 'n waarachtigen indruk je boek op mij heeft gemaakt.

Mijn Nieuwe Verzen, waarover ik zooeven sprak, en die nu het begin van mijn Tweede Deel zullen vormen, daar ben ik bezig een heele boel aan te veranderen, en eenige laat ik weg. Misschien interesseert het je een beetje, en daarom zal ik hier een paar wijzigingen opgeven.

In N. V. I staat:

Dat is de onwendbre macht Gods zelfs, die deerhjk... Neen, Die niet - Die niet, want dat die is niets.

Sluiten