Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55*

LIEFDESBRIEVEN

o, was je maar hier, was je maar al hier, Liefl O, en dan te weten, dat het nog zóólang duurt, eer we elkaar wérkelijk weer kunnen zien! O, soms, als ik hard zit te werken, dan laat ik midden in een zin opeens de pen uit mijn vingers vallen, bij de gedachte: „Wat geeft't! wat geeft'tl Willem kan tóch niet bier komen vóór October!" O, als ik daaraan denk, Liefste, dat we dan zes maanden geëngageerd zullen zijn geweest, waarvan we elkaar maar ruim één maand hebben gesproken, dan komt er zoo'n ontzettende onrust, zoo'n felle, hevige angst in me op: o, wat een tijd van ons yreeseHjk-korte, weg-vliegende leven hebben we onbenut gelaten, hoeveel prachtige uren zijn er ongebruikt voorbij gegaan! O, de toekomst, zeg je aldoor, de toekomst, - maar die is zoo onbetrouwbaar, zoo onzeker, Lief! Wie zegt ons, hoe gauw we misschien zullen gestorven zijn? Ik zie alleen maar het heden, het ons directaangaande heden, - o, Lief, als het toch waar is, dat jij nu van mij bent, en ik van jou, - waarom zijn we dan allebei nog maar altijd alleen? Denk jij er ook nooit eens zoo over, Liefste? O, verlang ik dan erger naar jou dan jij naar mij? Ach, neen, dat zal 't toch wel niet zijn, - het is, Lief, dat ik jou véél meer noodig heb, dat jij rnij natourlijk hebben kan. 't Maakt voor jou niet zoo erg veel verschil, of ik bij je ben of niet, daar verandert niet veel door in je leven, terwijl alles, alles, om mij, aan mij, in mij door jouw tegenwoordigheid een ander aanzien krijgen zou! -

O, Liefste, nu moet je weten, dat ik dezen brief al gisteren aan je begonnen was, maar ik verzond hem vanmorgen niet, omdat ik op jouw brief zoo heel veel te antwoorden had. Maar nu, liefste, wü ik voor de aardigheid graag, dat je hem leest, omdat jij me gisteren, Maandag, om zoowat denzelfden tijd, óók geschreven hebt, dat je naar me verlangde. O, Lief, is dat nu niet weer frappanttoevallig? O, dat jij ook naar mij verlangt, o, dat geeft me zoo'n gelukkig, zoo'n innig-vreugdig gevoel, o, dat maakt me zoo heerlijk, zoo heerlijk blij! O, Liefste, ik heb een plannetje bedacht, dat ik o, zoo verrukkelijk zou vinden, als 't gebeuren kon, - o, ik hoop zoo, dat jij 't ook aardig en leuk zal vinden, maar ik zeg nog niet wat 'tis! —

O, daar kwam, met de post van half acht, je brief. O, Willem, ik vind het zoo zalig, zoo hemelsch-zalig, wat je me daarin schrijft 1 Ach, ja, ik was heel dwaas, want ik herinner me, dat je eens tegen

Sluiten