Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

567

Buitendien, ik heb waarachtig respect voor je, heel stil binnen-in. Dat is mij vooral nu 200 bewust geworden door het lezen van je „Hartstocht."

Jean, Verster is, zooals gewoonlijk, een uurtje bij mij komen praten, en terwijl ik 2at te luisteren naar 2ijn grappige verhalen over allerlei futiliteiten, schoot mij te binnen, waar ik al aldoor overdacht, wat ik je vragen wou. Dat het mij te binnen schoot, terwijl het toch in geen enkel verband stond met wat hij vertelde, is een aardig bewijs, hoe je ziel kan gesplitst 2ijn, een helft naar binnen, een helft naar buiten.

Wat ik je vragen wou, is dit: Je eindigt je brief, dien ik vanavond kreeg met: „als je wist, hoe ik bid om de kracht daartoe." Nu wou ik je vragen: gebruikte je dat woord „bidden" maar zoo bij manier van spreken, als sterke uitdrukking voor je inwendig verlangen, of ben je eenigszins geloovig, en gebruikte je dat woord dus in 2ijn eigenlijken 2in? Je hoeft volstrekt geen schroom te hebben, om mij daarop te antwoorden, want ik ben volstrekt niet, wat men noemt een „atheïst", die overal met 2ijn „ongeloof schermt, en meent, dat daar de ontwikkeling van de menschheid aan hangt. Ik weet er, zoomin als iemand anders, iets van, en houd mij dus Bever neutraal op dat punt. Ik heb hoogstens wel eens het gevoel dat het verschrikkehjk leuk 2ou rijn, als er achter het Godsgeloof eenige waarheid zat.

Tot welke ontdekking ik dan ook over je mocht komen, ik verzeker je, dat mijn gevod-voor-jou daar onveranderd hetzelfde door blijft. Zelfs ds ik mocht merken, dat je eenigszins gdoovig was, dan zou ik het hed interessant vinden, om er bij gdegenhdd met je over te mogen spreken, niet om je tot mijn neutrale standpunt over te halen, maar om de psychologie van het geloof. Want, als je gdoovig bent, dan zd je daarin ook, zoods in dies, heel echt djn, en dan zou ik er misschien hed ved aan kunnen nebben voor de volledige organisatie mijner eigene dd.

Zou je mij hierop eens wülen antwoorden, Lief? Nu is het half één en ik ga naar Bed.

Teeder kust je goeden nacht

jouw dgen WÜlem

Sluiten