Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59*

LIEFDESBRIEVEN

Beruhigung en kalmte geven, - dan is 't, of een zachte hand zich op mijn voorhoofd legt, en ik je zeggen hoor: AUes zal goed gaan, aües zal best gaan, Jean, wees maar gerust.

Ik geloof, dat ik je nooit volkomen heb gezégd, wat je brieven voor me zijn! Als ik een beetje down ben, dan vind ik er opwekking en vroohjkheid in, als ik naar een hef woordje verlang, dan heb je me dat juist toevallig geschreven, - Lief, alles, alles wat ik noodig heb: levenslust, volharding, kracht, je geeft er me aUes mee! Heusch, ik zou die heve vreugde-brengers, die gevers van al mijn tegenwoordig geluk niet kunnen missen, Liefl En weet je, wat ik ook zoo aUerheerlijkst vind? Dat je me zegt je brieven niet vooruit te overdenken, maar dat je neerschrijft, wat in dat oogenbhk in je opkomt om tegen me te zeggen. Ik geloof, Lief, dat ik, omdat ik dit voel, er daarom zoo verrukkehjk-innig van genieten kan, - want, is 't niet, Lief, alle bestudeerdheid of gemaaktheid zou er iets stijfs, iets ongevoelds aan geven, dat ik, omdat ik zoo van je houd, direct zou moeten merken, - en nu is mijn intiem genot zooveel te grooter, Lief. Ik zou er geen genoegen, geen aandoening-van-pleizier zelfs door krijgen, als ik merkte, dat 't schrijven je betrekkelijk moeite of inspanning kostte. Maar nu kan ik er zoo echt-ongestoord van genieten! -

Ik heb van Hein en Dien ook een Ansichtkarte gekregen, - alleraardigst, hè?

O, heve Lief, - Ja, van dien eersten dag... O, 't is merkwaardig, hoe nauwkeurig-precies ik nog ahes daarvan weet. Merkwaardig, zeg ik, omdat ik heelemaal als 'tware geënveloppeerd was door de vreemdheid van wat er met me gebeurde, en toch van aUes zoo'n juiste en klare herinnering behouden heb. O, ieder woord weet ik nog van je; aUes wat je deed, en hoe je dat deed, en alles wat ik heb gezegd. O, die dag! die dag! toen de grond werd gelegd voor mijn goddehjk geluk van nü!

O, Lief! Lief! Hoe eenig, dat je een week denkt te kunnen blijven. O, wat een heerlijk-heerlijke dagen zullen dat weer zijn! O, als üc daaraan denk, dan krijg üc door die vóórvoeling-alleen al zoo'n verrukkehjk-bhj gevoel diep in mijn hart!

O, Liefste, gisteren schreef je me: „O, geef me ook jouw kracht..." en tegelijkertijd schreef üc ongeveer: „Al mijn innerhjke kracht is voor jou..." Alles, aües, Lief, wat mij toebehoort, behoort aan jou óók, al mijn gedachten zijn van jou vervuld, al

Sluiten