Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

611

soort van conventie mij dat oplegt, maar omdat mijn ziel mij dat gebiedt. Je zegt zoo gevoeld, Lief; dat ik ben voor jou als een vergoddelijkt mensch, maar och, neen, Lief, ik ben niets dan een man, die inwendig zeer veel heeft doorgemaakt, lange jaren lang, en die dus ook anderer leed begrijpt. En weet nu wèl, Lief! ik ben heelemaal geen opgewonden standje, die zich voor vage idealen enthousiasmeert, - daar ben ik inwendig veel te sceptisch-filosofisch voor, maar in jou nu heb ik een konkreet stuk leven, een levend mensch, waar ik duidelijk, en ook zonder kleuring door lyrische verhefdheid, van merk en bewust ben, dat het goddelijke erin leeft. En daar wil ik en moet ik en zal ik dus alles voor doen, wat in mijn macht is, om haar, om jou te maken tot een gelukkig, zichzdfbewust mensch. Ik werk, met dit te zeggen, niet op je eerzucht, of op een andere mindere eigenschap, dat begrijp je wel, - want ik meen van jou te weten, dat je die dingen niet in je hebt, evenmin als ik ze in mij voel. Ik wou je alleen maar de overtuiging geven, dat ik alles voor je zal doen, en alles voor jou en jou-alleen zal zijn, omdat ik jou liefheb, zooals ik niet wist, dat ik liefhebben kon.

Nu, Lief, nu moet ik koffiedrinken; daarna breng ik deze weg, dan krijg je hem vanavond om half acht; de brief, dien je om half vijf moet krijgen, is al op de post.

Met volkomen overgave

jouw eigen Willem

* *

Ik weet niet, o, ik weet niet, wat ik heb vandaag, - mijn hart brandt in mijn borst, - ik kan van mijn inwendige onrust niet kalm zijn en stil, - ik verlang zoo verschrikkelijk, zoo onhoudbaar naar je, dat ik niet weet, hoe ik mijzelf bedaren zal. O, vallen die dagen jou niet lang? O, waarom vijn we niet bij elkaar, waarom zijn we altijd gescheiden, als het toch waar is, dat wij de voor-elkaar-bestemden zijn, als wij bij elkaar beboorenX Als ik nu morgen sterf, wat heb ik dan voor geluk gehad? Wat heb ik dan voor werkelijk, echt, waarachtig geluk gehad? Ik voel me zoo gejaagd, zoo sterkgeëmotionneerd, mijn zenuwen zijn allen zoo gespannen, dat een plotseling geluid, een klank, me in tranen zou uitbarsten doen. Waarom kom je toch niet, in 's hemelsnaam, om je-handen op mijn

Sluiten