Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

640

LIEFDESBRIEVEN

geloof ik ook, dat, hoe meer wij, na nu niet meer 200 heel langen tijd, geregeld te2amen zijn, die identificatie hoe langer hoe konstanter en volkomener kan worden.

Begrijp mij nu wèl, Lief, ik 2eg dit alles niet, om iets op je waarachtige gevoel voor mij af te dingen, ik 2eg het alleen maar, om jou en mij voor te bereiden op een kleine tdeurstelling, die je misschien overvallen zal, als je mij, nu spoedig gelukkig, werkelijk ontmoet Want als je die tdeursteJling in jezelf merkte, dan 2ou je misschien op de gedachte kunnen komen: „Och, wat beteekent ook eigenlijk „mijn persoonlijk gevoel voor een mensch; ik houd mij maar liever „aan mijn onpersoonlijke verbeeldingen, want die stellen mij nooit „te leur." En daar 2ou je toch ongelijk in hebben in die opvatting en die redeneering, want ik ver2eker je nogmaals, als wij altijd te2amen zijn, dan 2al je langzamerhand geen onderscheid meer maken tusschen je fantasie en de realiteit, en 2al je in mijn werkelijk Zijn rust vinden, meer dan je 't nu van je verbeelding hebt. Want o, ik krijg je hoe langer hoe meer hef: dat wil 2eggen, ik voel 't hoe langer hoe bewuster in mij worden; mijn liefde wordt een 2aligheid, die ik voel tot in de uiteinden van mijn vingertoppen, met de vaste, gelukkige overtuiging, dat wij in de toekomst altijd bij elkander zullen zijn.

Geheel-en-al en voor-altijd

jouw eigen Willem

Ja, graag, stuur mij dat cahier met verzen en s.v.p. p. o. Want ik heb er nog maar drie voor September.

Neen, Lief, neen, het is niet 2ooals je zegt, dat ik, als ik je weer in werkelijkheid zie, een oogenblik wel eens een ander gevoel zou kunnen krijgen, dan ik mi weet te hebben! Ik zeg je, dat is niet zoo, Lief. Dat ontzettende verlangen van ruii naar jou zal nergens anders op eindigen dan op een hevige, heerlijke blijdschap, dat ik je zie, dat ik je hoor, dat je weer bij me bent! Mijn verlangen naar jou is nooit zoo sterk, zoo grenzenloos, zoo pijnigend-erg geweest, als het tegenwoordig is, en dat komt omdat ik nü zoo je menschelijkheid in je hefheb, den echten, den levenden mensch! O, Liefste, ik weet heel goed, hoe je in Bussum eens tegen me gezegd hebt - „Ja,

Sluiten