Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

641

ik weet al vooruit, hoe het gaan zal, als je nu weer terug bent in den Haag, dan ga je me heel heve brieven schrijven, en als we weer bij elkaar zijn, is het toch net als mi." Toen, Lief, begreep ik het niet heelemaal, maar nu, o, nu begrijp ik het zoo, omdat na dien tijd langzaam maar gestadig alles zóó heerlijk veranderd is; ja, het is waar, dat er vroeger heel veel abstracts in me was, - maar kon dat ook anders, Lief? En nu zie ik ook heel zuiver, dat ik toen een beetje een koele, strakke teruggetrokkenheid over me had, - waarvan ik me zelf natuurlijk niet Bewust was, maar die jij, Lief, wel merken moest. Was 't niet zoo, Lief, zeg, was 't niet zoo? Nü zie ik mezelf in dien tijd zóó lijdelijk, zoo daad-loos, - ik Üet alles maar gaan zooals het wou. Merk je wd, Lief, dat ik mezelf soms heelemaal objectief kan beschouwen, alsof ik sta buiten mezelf? Die zelf-contemplatie, dat bestudeeren van mijn dgen Ik heb ik me vooral zoo aangewend door mijn schrijverij. (Dit is een tusschenzinl) Maar nu, o, mijn Liefl nu ik door je menschdijke daden, je gesproken woorden, je voor mij-geuite gedachten, den mensch in jou neb liefgekregen, véél echter, véél dieper, veel inniger dan ooit mijn gedachte-beeld, - o, begrijp je nu niet, Lief, dat alles zoo prachtig veranderd is? O, ik vod 't als zoo'n groote zaligheid in me, dat ik jou, jou liefheb, Willem, - dat ik van alles houd wat je zegt, wat je doet, wat je me meededt van je gedachten I Jij bent mijn Lief, - en niet alleen omdat ik je bewonderen, je vereeren moet, ofschoon dat natuurlijk de eerste aanvang van mijn hefde is geweest, maar om je heele Zijn: je doen, je denken, je gevoel, je innerlijke kracht, je teederheid, - om alles, alles wat in je, van je, aan je is, heb ik je hef!

Lief, zeg me eens, toen je den vorigen keer was in den Haag, heb je toen niet gemerkt, dat ik al heel anders was dan in Bussum? Toen was de omkeer, of neen, dat niet, maar de overgang van abstracte hefde tot werkelijke al begonnen, die sinds gestadig is voortgegaan. En daarom zeg ik je, Lief, en daarom kan je het ook zoo vertrouwend gdooven: dat ik, omdat ik nu méér dan ooit naar je verlang, ook blijder dan ooit zal wezen als je komt.

O, als je wist, Lief, hoe heerlijk ik 't vind, om werk te hebben, omdat dit mijn dagen verkort, o, als je wist, hoe ik eiken avond even zucht en denk: daar is al weer een dag voorbij, — o, Lief, dan zou je zoo hed diep voden, dat al mijn gezegden, dat ik naar je verlang, waarheid zijn, dat ik naar je verlang, naar jou, jóu, Willem, Verlang, - en dat ik de levensdagen niet meer als levensdagen reken,

Sluiten