Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

648

LIEFDESBRIEVEN

door je, zonder het mij bewust voor te nemen, voortdurend op te wekken, je te suggereeren tot dingen, die uit jezelf niet zoo gauw in je bewustheid zouden komen, literaire plannen en dergelijke.

Hè, ik weet niet, of het te merken is aan mijn stijl, maar die Juffr. Linn zit maar aldoor te pianoteeren en van tijd tot tijd te galmen. Ik heb er nu eindelijk op bedacht, om watten in mijn ooren te doen; dat verzacht ten minste een beetje het geluid.

Jawel, net dat ik de watjes in mijn ooren gestopt had, hield zij op.

Er zijn een paar vetvlekken op dit papier gekomen, waar ik niets van begrijp; 't eenige wat ik kan begrijpen is, dat 't van de kaars komt, waar ik zoo lang bij zit te schrijven, tot mijn lamp gevuld is. Maar ik zal er den brief maar niet om overschrijven, hè?

Ik wist eerst niet, wat het was, ik kwam maar niet verder met dezen brief: ik ging aldoor achterover in mijn stoel liggen, met de armen over elkaar, en met een sterk gevoel van onbevredigdheid m me, zonder dat ik me bewust kon maken, wat onbevredigd was. Maar nu wordt het mij op eenmaal klaar: het is verlangen naar jou, ik wou, dat je hier was, dat je op een stoel zat, of door de kamer hep, dat je mij vragen deed, of wat meedeelde, dat je in mijn boeken en papieren snuffelde, en van tijd tot tijd lachend naar mij omkeek zooals je dat kunt. O, Lief! ik verlang zoo naar je!

Weet je wat, Jean, ik zal zien, dat ik over zes weken in den Haag woon, met 1 October. Nu, dat is toch niet de eeuwigheid, hè? die zes weken? Als ik met je verjaardag in den Haag ben, dan heb ik in die dag of zeven, dat ik er bhjf, tijd genoeg om kamers te zoeken. Liefst had ik er een met een wat vrij uitzicht over velden of zoo iets. Jij kunt zeker niet meegaan om te kijken, dat „staat" niet in den Haag wel? Ziezoo, vind je dit geen prachtig plan? De laatste dagen was dat zoo van tijd tot tijd door mijn hoofd gegaan. En nu vanavond, onder het schrijven van dezen brief aan jou werd alles definitief. Als je dit nu Maandagmorgen leest, dan hoop ik, dat

l?r\? °? ^e St°el gaat voor *e Dureau> met de stille, maar bhjde gedachte: Ziezoo, dat's tenminste een jongetje, waaraan ik weet wat ik heb! En wil ik je nu nóg eens wat zeggen? Maandag, 28 Augustus, kom ik in den Haag logeeren, en Maandag 4 September ga ik dan weer weg.

Nu, Lief, weet het dus wel, als je dezen leest, dan duurt het nog maar acht dagen, voordat ik er ben.

Sluiten