Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE PERIODE

693

lief, jou, jou en voor eeuwig jou, - o, die blijvende vreugd, die verrukkende zaligheid, o, geluk voor altijd!

Lief, Lief, ik heb je hef, Wüly, ik heb je hef, jou, jou, door alle tijden heen, met mijn hart en mijn ziel heb ik je hef, zonder verandering, zonder restrictie en zonder eind. AUes, aUes geef ik je, aUes wat ik heb is van jou: 't gevoeligst zielsbewegen, 't subtielste denken, 't onmerkbaar-fijnste wülen, - 't is al van jou. Ik ben van jou, ik, Jean, - volkomen en voor allen tijd!

En overmorgen, dat is de dag, de verrukkehjke: het heerhjk begin van ons voor altijd samen zijn! O, vind je 't óók niet heerhjk, dat wij-drietjes zoo lang in Bussum bhjven logeeren, tot we met 1 October tegelijk met jou terug-gaan naar den Haag?

O, Lief, dan zijn we nooit meer gescheiden, dan wordt het waar, dat wij bij elkaar behooren, hè, Lief?

Nu nog even een paar practische dingen: als er verder niets meer tusschenbeiden komt, dan zullen wij-drieën Vrijdag, 8 September, om 4.41 spoortijd, (dus één minuut over vijven plaatselijke tijd) 's middags in Bussum arriveeren; wü jij dan wel zoo goed zijn te zorgen voor een vigüante mèt een impériale, Wüly?

Vanavond of vanmiddag schrijf ik je weer; dan is er misschien ook weer een brief van jou gekomen...

Dag, mijn Lief, mijn heve, goede, éénige Lief!

Met een innigen zoen

jouw eigen Jean

* *

Bussum, Parkzicht 5 of eigenhjk 6 Sept, '99

Schat-van-een-Lief,

Midden in den nacht sta ik op: 't is over half drie, - ik moet je even schrijven, want ik lag maar aldoor in mijn bed heen en weer te draaien, en kon niet inslapen, zoo vol was ik van jou. Ik ben nu maar opgestaan: het kan me met schelen, of ik morgen wat doezelig ben, want in bed hield ik het heusch niet langer uit: ik had geen bepaalde gedachten of wenschen: ik lag maar voortdurend zoo'n beetje half te surfen. O, Jean, ik geloof heusch, dat je mij te pakken hebt, en dat

Sluiten