Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar de bevallige uitbeelding van de persoonlijkheid schade lijdt door een teveel aan karakter of bizondere eigenaardigheid. Maar hem kwam het te stade, daar hij minder door een smaakvolle keus ingeëngd, alle woorden uit zijn spreektaal kon toelaten, het alledaagsche vereenigde met het verhevene, en zichzelf tusschen die uitersten een groote speelruimte verzekerde. Zoo toegerust wierp hij zich in de oeverlooze zee van zijn onderwerp. Hij had de ruimte, dus hij liet niets terzijde. Hij behandelde iedere gedachte met dezelfde breedvoerigheid. Schitterende beschrijvingen en laagbijdegrondsche uiteenzettingen volgden elkander op met de eigenste ongestoorde volledigheid; zoodat men, met Goethe, al naar het onderwerp van het oogenblik, een bizonder sympathieke voorstelling prijzen kon en tegelijk den draak steken met een rhetorskunst, die zoozeer — gasconnade van de literatuur — de fransche verskunst ad absurdum voerde. Nochtans: die rhetor zelf bezat in de mildheid van zijn aard, die alle partijschap uitsloot en hem een zedelijk gezag verschafte boven zijn tijdgenooten, een menschelijk element dat de indruk van zijn werk versterkte. De kunst van de Pleïade kon in dat werk ontaard schijnen, daar hier haar vorm vormeloosheid werd en haar kunstgrepen : vooral die van de saamgestelde woordvormen, tot in het oubollige werden overdreven; maar daartegenover stond, niet alleen het onderwerp, dat vanzelf de liefde had van tallooze geestverwanten, maar ook de man.

Sluiten