Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aardsche en hemelsche, onder het beheer van zijn zang gebracht. Tegelijk verovert hij zich door dit werk, door dit onderwerp in deze uitvoering, de rang die hij nooit meer verlaten heeft: die van woordvoerder van de Zeven Provinciën.

VI

Van de drie volgende werken staat de Gulden Winckel het dichtst bij de Vaderen en het Pascha, terwijl de Helden Godes zich bij Hierusalem Verwoest en de Heerlyckheyd van Salomo aansluiten. Tusschen die twee groepen zien we de Warande der Dieren. Het vers is daar leniger, de coupletten gaan makkelijker in elkander over, dan tot dusverre; maar wij missen er nog de vastheid en sterkte waardoor de drie laatste werken uitmunten.

Die vastheid en sterkte duiden ook op een andere gemoedsstemming. Het was niet enkel dat Vondel een begrijpehjke trots voelde omdat zijn vers krachtiger, zijn taal zuiverder, zijn gedicht beheerschter werd. Zeker was er trots in zijn zeggen (in de Voorreden tot de Heerlyckheyd) dat zijn moeder hem geen beter nederlandsch geleerd had, en dat hij zoetelijker had mogen vloeien, had hij zich minder nauw aan de tekst willen binden. Maar er was tegelijkertijd meer dan trots: er was een toegenomen ernst.

Het was niet zonder reden dat Vondel in 1618 en 1619 als vertaler zijn meesterschap in dichterlijke zegging bewijzen wou, als rijmer van bijschriften

36

Sluiten