Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Helden van het oude Verbond deed spreken, en ten slotte de ondergang van Jeruzalem in beeld bracht. Hem, die acht jaar tevoren zijn vreugde over de vrijmaking van Nederland gezongen had, was de spanning haast te groot geworden, toen dé religietwisten vermeerderden en de factiegeest teller werd. Zijn zwaarmoedigheid nam toe en er ontwikkelde zich in hem een dichterschap, dat ook aan Du Bartas niet vreemd was: het niet enkel meer stichtelijke, maar het manende, of—naar de fransche meester gezegd had — het profetische.

Terwijl zijn verlangen naar het Godsrijk groeide, sterkte hij zich aan de groote onverganklijken: priesters, profeten, koningen. En toen Barneveld gevallen was trad hij op als Boetgezant.

Want Hierusalem Verwoest, opgedragen aan UirnehsPietersz. Hooft, de vereerde vertegenwoordiger van de geloofsvrijheid, schijnt mij even zeker Vondels antwoord op de onthoofding van de Advocaat, als zijn Pascha de lofzang op de losmaking van Spanje was geweest.

Hij zei het alleen maar niet. Doch de doorbraak van zijn ontsteltenis en zijn woede is er niet minder om.

DeWraecke Gods in 't eynde, alsze eens raeckt op de beenen Ziet vuyr, noch water aen, noch yzer, stael, noch steenen! Maer wroet al voort, en vind ter weereld niet zo zoet Als der Godloozen merch, en 't snoo verbasterd bloedVergeefs hy zich beschanst die droomt haer uyt te sluvten 1 e spade bolwerckt hy die haer geweld wil stuyten, Um zunst hy met een diepte haer af te snijden tracht Uie aerzelt noch om schans, om bolwerck, noch om gracht

37

Sluiten