Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet tot het einde van zijn leven gewerkt opdat die heidensche Oudheid altijd wijder voor hem zou opengaan?

Was ook — en hier zend ik een vraag vooruit die geen schaduw maar licht moge werpen — de vorm van het Christendom die hem tenslotte voldoen zou, niet juist diegene waarvan het Heidendom geen tegendeel maar lidmaat was, het roomschkatholicisme?

Op de hoogte gekomen waar vereemging van zijn twee grootste liefden mogelijk scheen, verwondert het niet dat de partij-strijd, waarin hij zich zoo bitter gemengd had, zijn beteekenis voor hem verloor. Ook de oorlog verloor een deel van zijn beteekenis. Waarom streden ze eigenlijk, die vorsten? Persoonlijk konden zij moedig genoeg zijn en als aanvoerders verdienden ze hulde; maar waar was op 't oogenblik het groote doel? Zonder dat was de oorlog immers iets gruwelijks. Wat nood deed was vrede. Edelst van al was een priesterschap die hem verkondigde, die hem moest verkondigen, omdat zij tegenover de aardsche warringen de eeuwigheid vertegenwoordigde.

Die gevoelens uitte hij in zijn volgende gedichten en stellig zal persoonlijk verdriet, de dood van twee kinderen, daarna die van zijn vrouw, ze in hem versterkt hebben. Zijn hart trok naar zijn geboortestroom:

Doorluchte Rijn, myn soete droom, Van waer sal ick u lof toesingen. De achtien tienregelige strofen van de Rijnstroom

57

Sluiten