Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral van de middeleeuwsche, werd Lucifer door Dante in zijn straf, door Vondel in zijn verzet en zijn val, door Milton in de onbuigbaarheid van zijn opstandige wil gezien. De drie voorstellingen zijn zoo verschillend mogelijk. Voor Dante was Lucifer de bedwongen kwade, die op zijn beurt werktuig van goddelijke vergelding werd; voor Vondel de afvallige die alleen kon dienen om de grootheid van de Godheid, en de noodzakelijkheid van het Verlosserschap te doen uitkomen; voor Milton de Aartsengel, die schoon bleef ook in zijn ellende, en groot in de gevolgen die hij bewerkte.

In Vondel is niets van Dante's onverbiddelijkheid, maar ook niets van Miltons vermogen om het opstandige als groot te zien. Zijn eerbied voor het gezag van de Bijbel was eerbied voor het gezag van de Paus geworden, en altijd droomde hij nog, als Dante, van een keizer die aan 't hoofd van het Rijk zou staan. In zijn persoonlijk leven erkende hij iedere Overheid, allereerst de amsterdamsche.

Vandaar dat als men Lucifer het symbool van de Hoogmoed noemt, men als vanzelfsprekend bedenken moet, dat dit symbool op geen enkele wijs verheerlijkt wordt. De verheerlijking valt integendeel aan het goddelijke gezag ten deel. Tengevolge daarvan is de toon van dit drama, ondanks dat er de strijd en val van het kwade in vertoond wordt, duidelijk hymnisch. Het gedicht is niet een donkere woeling met twijfelachtige afloop, maar een hymne aan de Godheid, en deze wordt onmiddelijk, door de naijverige engelen zelf, bij het opengaan van het

85

Sluiten