Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem Ins een heldin, die uit gehoorzaamheid aan haar vader, vrijwillig de rol van offer op zich nam. Als men deze beiden, en om hen heen de moeder, de hofmeester, de hofpriester en de wetgeleerde, en de rei van maagden — alleen de slotvoogd heeft nog een bijkomstige rol — op éen niet veranderend tooneel, het plein voor het huis van Jephta, de heele aangrijpende handeling ziet voeren en dragen, dan erkent men dat Vondel recht had toen hij dit stuk als baken stelde „voor opwassende en leergierige Nederduitschen" om „entlijck, beter gemaniert, de gewenschte haven van de volkomenheit der tooneelkunste intezeilen".

Te meer omdat het, in geheel en deelen, de wonderlijke bekoring heeft van zijn juiste lengte en evenredigheden,*alle bedrijven er werkelijk dienen tot het beleiden en voltrekken van éen eenige handeling, en alle personen naar hun aard en stand zijn uitgebeeld.

Een waardevolle opmerking in het Berecht is ook deze: dat weliswaar het zien meer de harten beweegt dan het aanhooren en verhaal van het gebeurde, maar dat nochtans „de toestel des treurhandels zoodaenigh behoorde te wezen, dat die, zonder eenige kunstenary, of hulp der lijdende personaedje, maghtigh ware alleen door het aenhooren en lezen der treurrolle" zijn werking te doen. Daarmee wordt de beteekenis van de theaterkunst verkleind en het grootste gewicht op het zeggen van het gedicht gelegd, en, ten opzichte van Vondels spelen, op het zingen van de reien.

114

Sluiten