Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jathar. Maar in Salomon heeft hij wel een broeder tegenover zich, doch tevens een koning, en het vonnis is door niets opteschorten.

David in Ballingschap lezende kan men niet nalaten de verwikkeldheid in dat stuk optemerken. David heeft niet enkel Absolon tegen zich, maar ook zijn schuld aan Urias. Dat Vondel dit inzag bewijst zijn opdracht aan Andries de Graef, waarin hij zegt: „Een goude kroon op het hooft te willen draegen, als Absolon, of de korte wellust van een schoon vrouwenbeeld te genieten, als David, wat staenze zoone en vader dier." Hij had ermee afgerekend door de schuld aan Urias als motief in het treurspel optenemen, maar alleen als sfeer en bondgenoot voor Absolon; hij had het niet gebruikt om er öf Absolons schuld door te verminderen öf er Davids houding door te bepalen. Davids vlucht was enkel een verstandige maatregel. Dat hij er een gevolg van zijn misdrijf jegens Urias in te zien had, kwam niet tot zijn bewustzijn. Hij bleef eenerzij ds de onaantastbare koning, anderzijds de zwakke vader. Dat zijn vlucht slechts voorloopig was en een David Herstelt erop moest volgen, bleek al uit zijn zenden van Chusaï en de zelfmoord van Achitofel. Absolon's eigen lot werd in het stuk zelf voorzegd. Als volvoering van dat lot was het tweede spel eigenlijk niets dan een slotbedrijf.

Het was verwonderlijk geweest hoe helder Vondel deze verwikkeldheid uiteenzette, maar begrijpelijk was het ook dat de simpeler vorm die erin besloten lag: de vergeefsche poging van

124

Sluiten