Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Vondel heeft een groot aantal verschillende strofen geschreven — alleen in de Harpgezangen ongeveer honderdveertig, en daarin komen er nog niet eens voor met langere verzen dan van tien en elf lettergrepen — maar toch is hij geen eigenlijk strofen-bouwer. Noch aan de onmiddelijke drang naar het lied, zooals Bredero, noch aan de behoefte het geluksmoment van een persoonlijk evenwicht kunstig uittebeelden, zooals Hooft, kon hij die vormen ontleenen, wier schoonheid de vreugde is om het evenwicht-op-zichzelf. Dante's Canzone, het Sonnet van Ronsard zijn scheppingen waarin het fijne gevoel voor dat evenwicht, als een tastbaar schoonheidselement, in de verhouding van de deelen, onderling en tot het geheel, feilloos is uitgedrukt. Hooft kende dat gevoel, en als Breero zingt werkt het onbewust mee als een onderstrooming van het genot waarmee hij zich uitte. Vondel daarentegen zag in zijn strofen eenvoudig de bij zijn gedachten passende wisseling van rijm en regellengte. Zij hadden de zangerigheid die zijn vers altijd had, en waren anders naarmate ze bestemd waren om gezegd of gezongen te worden, gezongen op straat, of in gezelschappen, of op het tooneel. Hun vorm werd niet bepaald door zijn persoonlijke zangdrift of de behoefte zich uittebeelden, maar door de aard van zijn gedachten en hun buiten hem gelegen doel.

In het algemeen genomen, onderscheidt men ze

157

Sluiten