Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolg daarvan: de val van de eerste ouders, in het Paradijs. Wat was er schooner dan dat Paradijsverhaal, waar de zondelooze menschen zalig leefden, in onnüddelijk verkeer met de engelen die tot hen neerdaalden. En welke omslag was droeviger dan die van het appeleten en het schuilgaan uit schaamte en het uitgedreven worden uit Eden.

Een gebeurtenis, haast niet minder belangrijk was de zondvloed. Die heele zondigende, feestvierende menschheid die daar verzwolgen werd, behalve alleen de ark met Noach en de zijnen, die in verbond met God de wereld weer vernieuwen zou.

De tijd was ver toen hij dergelijke tafreelen opriep als boetgezant of als voltrekker van een rechtvaardig godsgericht. Lang was het zelfs geleden toen hij, als in de Lucifer, zulk een treurspel opzettelijk voorhield aan de vorsten en volken, zijn tijdgenooten, omdat hij zoo hartstochtelijk deelnam aan hun verrichtingen. Hij was nu niets dan een kunstenaar die zijn laatste werken schiep.

Maar juist omdat zij de laatste waren, overzag hij zijn vroeger werk en begreep deze laatste als schakels aan een keten. Het treurspel van Adam en Eva moest volgen op dat van Lucifer. De onderg ang van het geslacht van Seth moest volgen op de zonde van het Paradijs.

Eén zonde was het eigenlijk die engelen en menschen verdorven had: de hoogmoed, waarbij de genotzucht was inbegrepen. Faëton was een Lucifer, en de vleitaal van Lucifer verleidde Eva, en de boosheid van Lucifer bereidde de zondvloed voor.

165

Sluiten