Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

van BüRlNK de kans kreeg, dat wij hier nog geheel andere tooneelen te aanschouwen zouden krijgen, en ik zeg dus tot hem: gij moet uw naam niet schrijven op andermans deur.

De heer RüTGBRS heeft de vraag gesteld, of de Provincie zich wel met zaken als deze moet bemoeien. Dat de Staten zich met dergelijke zaken inlaten, ligt niet aan mij. Er schijnt vroeger een beginselbesluit te zijn genomen dat uitgevoerd wordt, en daaraan heb ik zeker geen schuld. De heer Rutgers heeft echter tot mijn leedwezen de principieele vraag onbeantwoord gelaten. Ik had juist gehoopt, dat de heer Rutgers op principieele gronden zich er met mij tegen zou hébben verzet, aan Spinoza eer te bewijzen.

De heer Veraart heeft betoogd dat het niet aangaat, steeds weer het voorgeslacht ten tooneele te voeren en zijn daden uit te spinnen. Ik gevoel daar wel wat voor maar ik zou toch gaarne de zekerheid willen hebben — het doet er niet toe of ik die vandaag nog krijg, of dit standpunt van prof. Veraart door de Roomsch-Katholieke geestelijkheid wordt gesanctionneerd.

De Gedeputeerde, de heer Heukels, heeft zich uitdrukkelijk losgemaakt van de beschouwingen die over dit voorstel zijn gehouden. Wanneer eenmaal een gebouw op de lijst van monumenten is geplaatst, werkt de Provincie mede om het te behouden. Zoo kan men buiten het principieele blijven, maar, beschaamt men daarmede niet de verwachtingen van degenen, die ons naar dit College hebben afgevaardigd? Wanneer men het principieele uitschakelt had men in de plaats van den heer Heukels ook wel een ander lid uit ons midden als Gedeputeerde kunnen aanwijzen! Ik had juist gaarne gezien, dat Gedeputeerde Staten zich hadden laten leiden door de principieele gedachten, die ten grondslag lagen aan onze verkiezing en die invloed uit-

Sluiten