Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

schouwen als een stuk historie als een deel van ons volksleven. Maar waar anderen en ik voor opkomen is, dat wij aan menschen als de laatste spreker het recht ontzeggen voor zich op te eischen een domein waar wij allen hooren. Hij zet allen buiten de deur; hij en de zijnen willen alleen zijn de bezitters van het huis, dat men Nederland noemt.

Wat de historie betreft, en ik richt mij nu ook tot den heer Veraart: ik heb de grootste waardeering voor het werk van de Kerk in de middeleeuwen, ook al sympathiseer ik absoluut niet met de ideeën dier Kerk op het oogenblik. Zou dit wat afdoen aan de waarde van het voorwerp of aan mijn waardeering? Daardoor echter, en dat is door de beide laatste sprekers uit het oog verloren, is het debat vertroebeld. Ik zit hier voor het eerst, maar ik vind het verschrikkelijk dat wij om zulk een onbeduidend onderwerp bijna drie uren hebben weggepraat.

De heer Lingbeek. Daar heeft U ook portie aan, U hebt geen recht van verwijt.

De heer Bergmeijer. De heer LlNGBEEK vergeet dat in dit geval het geveltje verdwijnt en hier twee beschouwingen tegen .elkaar botsen, geen wereld- en ook geen levensbeschouwingen. Hier is een absoluut gemis, mijnheer LlNGBEEK, bij Uw fractie aan behoorlijke historische waardeering.

Bovendien als het juist is, dat gij U moet verzetten tegen dezen geest, is het dan niet een bewijs van zwakte als men zelfs zich bevreesd toont voor deze kleine uiting van eens anders •meening? Dat getuigt niet voor de sterkte van uw beginsel. Mijnheer de Voorzitter, ik hoop van harte dat de Staten daarom dit voorstel zullen aannemen.

Sluiten