Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een wenk, dat zij me volgen moeten. De afstand is kort. Ik breng ze naar het paleis van mevrouw de Soubise, de gulle brunette, benijd om het vuur van haar blikken, en de blindheid van een echtgenoot, die als Mozes met horens op het hoofd is geboren.

Stillekens stel ik de muzikanten op onder een verlicht venster, dat aanstaat. Ik hef langzaam de hand op, en nu breekt het geboer los en het gekakel van de wanluidendste serenade, die ooit den nacht verschrikt heeft en de maan heeft doen blozen.

Nog vóór die aanroep een slot heeft gevonden, zie ik, hoe een ontbloote arm de gordijnen vaneen schuift, en een roos naar omlaag wordt geworpen. Bij het lantarenlicht lees ik het briefje, dat er aan vast blijkt gebonden. Mijn bede vind ik verhoord, maar wat overkomt me, dat het me geen vreugde geeft? .

Beu ben ik, mompel ik, van kussen, die niets kosten, en van het gastmaal der liefde, waarbij het waarachtig verlangen als een bedelaar van de deur wordt gestuurd. Ik erger mij er over, dat ik mijn genoegen bederf met belachelijke gedachten, doch plotseling besef ik het nu, dat het lied het is, de herinnering aan het hartroerende zingen in duister, toen de kaarsen waren uitgegaan, dat mij al, van 's morgens af, den ganschen dag tot een scliimmenspel van ceremonies gemaakt heeft, en een zuiverheid in mij bewaard heeft van frisch geschept bronwater.

14

Sluiten