Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK

Waarin ik toegeef niets van de dichtkunst te begrijpen, en haar toch een reeks van gedenkteekenen sticht.

Zóó vergenoegd werd ik wakker, zoo dankbaar en met zulk een jubelenden moed om den dag te beginnen, dat ik het besluit nam, om ter gedachtenis aan mijn ontmoeting met den gebochelden speelman, den weg van mijn huis naar het zijne, zoo vol moeite gevonden, door een reeks van gedenkteekenen te eeren.

Ja, ik wist het nu wel, dat er geen geheim in het lied school, en dat het bij stallucht gemaakt was, en ook moest ik toegeven, dat het een wonderlijk tijdverdrijf is, om, als naar wijsheid, naar de koortsfantasieën van een ijlende te luisteren; maar wat kon mij dat schelen, de eentonige tik van het uur was gebroken door een soort heilige dwaasheid, waarvan ik mij de waarde bewust was geworden.

Het eerst dus toog ik naar de groentevrouw. Ik geloof niet, dat ze zich nog iets van de gebeurtenissen van eergisteren herinnerde, zoo kalm en rustig bleef ze naast haar in het zonlicht stralende koopwaar zitten, toen ze door mij aangesproken werd. Twee groote manden deed ik haar met het smakelijkste van haar voorraad vullen. Ik ben er wat bang voor, dat ik na de

Ik en mijn Speelman

31

Sluiten