Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuk lood op kan volgen, dat zonder kloppen binnenkomt," bijt hij mij toe.

„Goed gesproken," roept een van de roovers, blijkbaar de hoofdman, terwijl hij uit het zadel stijgt. En dan zich tot mij wendende, zegt hij, een spottende buiging makende:

„Monseigneur, en hoogedele, ik verzoek U dit hout en dit groen hier als de wanden en de zoldering van een slaapsalet te willen beschouwen, het Uwe, of als het U hefehjker aandoet, misschien dat van Uw minnares. Een beetje gauw dus, kleed U uit."

Zeker een of andere jonker, denk ik, die zijn geld heeft verbrast. Op die manier zal ik hem misschien nog eens bij een gunstiger gelegenheid een duim of wat staal in het lijf kunnen stooten.

In den donkeren mond van een donderbus kijkend, trek ik eerst mijn j as uit met zijn zilveren passementen, welke, den buidel in aanmerking genomen, die een van de zakken doet bol staan, minstens op een honderdtal gouden dukaten kan worden geschat, mijn kamizool met zijn diamanten knoopen, mijn schoenen, mijn kousen; tot op het hemd toe, dat ik aan mag houden bij de gratie gods. Mijn degen is al opgeraapt door de schavuiten, mijn degen, waarvan de robijn aan het handvat plagend den bloeddroppel na schijnt te bootsen, dien ik zoo graag had vergoten.

Er wordt mij een touw om het hchaam geknoopt,

82

Sluiten