Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons den dood in heeft gereden, aan een lat naar voren steekt. Waarmee ons vonnis schijnt gewezen en de gerichtsplaats gereed.

Tegelijkertijd wordt vlak voor mijn oogen een pistoolschot losgebrand. Bij den gloed er van zie ik het gezicht van een vreemde. Ik geloof mij getroffen.

De drie boeren, een zwaait er een dorschvlegel, de ander een hakmes en de derde een hooivork, stormen brullend op den speelman toe. Hij krijgt een slag, slechts gedeeltelijk door den wand, die hem opvangt, gebroken, en wankelt.

Dit is de eerste seconde, maar de tweede sliert de schaduw van zijn vleugel over een verandering.

Tiberius is het, die ze teweegbrengt. Uit het duister springt hij toe, en werpt zich met zulk een vaart aan de keel van mijn aanrander, dat deze achterover op de steenen tuimelt en roerloos blijft liggen.

Nu eerst dringt het tot mij door, dat de kogel me in het geheel niet geraakt heeft. Op hetzelfde oogenblik boort zich mijn lange rapier in den rug van den dorschvlegelzwaaier.

Vlug trek ik het staal uit de wonde, want hakmes en hooivork zijn nu in een vertwijfelenden aanval allebei op mij gericht.

Maar het heeft een beteekenis, om de rapste leerling van den besten der schermmeesters genoemd te worden. Behendig ontwijk ik de wapens, en heb

103

Sluiten