Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik weldra een van de aanranders, alsof ik hier weer met een gestolen gans had te maken, gespietst. De arm, die het hakmes op me neer wil doen flitsen, wordt door een welgemikten knotsslag van mijn makker, die zich hersteld heeft, verlamd.

Drie op den bodem, en een, die luid schreeuwend de vlucht neemt. Dit is de aanvang der derde seconde, en eer die nog geëindigd is, heb ik Tiberius van zijn prooi afgerukt; in spijt van Valentijn zijn pleidooi voor de armoe, uit den lichtkrans een paar goudstukken, die over den grond gerold zijn, opgeraapt, en tevens de bevende lampdraagster een oorvijg gegeven, zóó daverend, als nog nimmer een schooljongen die van den driftigsten meester ten beste heeft gehad. En de minuut is nog niet afgeloopen, waarvan deze seconden de hartklop geweest zijn, of wij hebben de hoeve al achter ons gelaten, en trekken met ons drieën verder onder sterren, die de naderende morgenstond doet verbleeken.

104

Sluiten