Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwijgend zette ik mij tegenover Madeleen aan den disch.

Zóó smeekend zag ze mij aan en zoo treurig, dat ik haar in de armen had moeten nemen, en haar als een verkleumd kind had moeten koesteren. Maar ik gluurde haar van terzijde aan met mijn troebele, onzuivere blikken, en de schat van Satan gloeide tusschen ons.

157

Sluiten