Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijst vol asters, waarboven een bijenzwerm is opgestegen, „dat brengt me dat oude verhaal van dien dichter te binnen, wien, toen hij nog een knaap was, de bijen, als hij aan een boschrand in slaap was gevallen, een honingraat tusschen de hppen hebben gebouwd, wat zijn latere zoetgevooisdheid voorspelde."

„En Ik zat juist aan een anderen held uit de oudheid te denken; Alexander den Groote, bedoel ik. Je weet, dat hem zijn leermeester Aristoteles vooral daarom op zijn tochten als dwarskijker mee gegeven was, om hem voor de hsten en de lagen van het vrouwelijk geslacht te waarschuwen en te behoeden. Als nu op een morgen de jeugdige veldheer uitspiedt van de tinnen van een paleis ergens in Perzië, ziet hij, beneden zich, zijn knorrigen mentor met een paardebit in den mond op handen en voeten langs het tuinpad kruipen, terwijl een schoone, die op zijn rug is geklommen, hem ment. Wat beteekent, dat de liefde sterker is dan wijsheid en wapenen."

„Ja," schreeuwt Valentijn mij in het oor, „sprookjes zijn een prachtige manier van geschiedschrijven. Als ik op mijn ouden dag de wederwaardigheden van mijn bestaan moet vertellen, dan zal ik mijn leven mislukt achten, als wat ik te berichten heb, niet op een soort van sage lijkt."

Waarop ik den tijd niet heb, om antwoord te geven,

211

Sluiten