Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een van de banken een span-lange gedaante, met het hoofd van een gerimpelden appel, weggedoken, en plotseling word ik aan de nachtelijke verschijning herinnerd, die door de ruitjes van tante Porfina's reiskoets heeft gegluurd.

Maar een nog veel verpletterender schrik jaagt het me aan, als ik, naast dien uit een kindervertelhng ontsnapten kabouter, vaders steenroode gezicht en vertoornde krulpruik zie opdoemen, en terwijl ik hulpeloos rondtuur meteen ook, recht en mager, mijnheer de Pomponne ontdek, en in zijn nabijheid Benserade, Soyecour en Villeroi, mijn vrienden, mevrouw de Soubise; en op een achterbankje Basque bovendien nog met een rijtje van mijn heidukken en huisknechten gewaar word.

Mijn eerste gedachte is: alles verloren; maar dan put ik weer sterkte uit mijn vertrouwen in de verknochtheid van de dorpsgenooten, en als ik verder nog den priester bemoedigend voor zijn witte, fleurig opgetooide altaar zie wenken, druk ik Madeleen's arm tegen mijn borst aan, en voor we het weten liggen wij tezamen al geknield en hooren wij vader Nicol zijn gebed uitspreken.

Ik versta er geen woord van, doch het hjkt me of ik, overboord geworpen, worstel met de golven, en niemand het voorspellen kan, of ik land zal bereiken ten slotte of omkomen.

Maar nu maakt een vraag, die met een kalme,

252

Sluiten