Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarna hij weer tot zijn tekst terugkeerend, de nieuwe aarde beschrijft, in wier boomgaard een jong menschenpaar is binnengetreden.

Maar dan schijnt hij zich plotseling op zijn beminde kerkvaders en apologeten te bezinnen, en terwijl de namen van Cyrillus van Alexandrië, Petrus Chrysologus en Leo de Groote vaag tot me doordringen, geef ik mij aan mijn gedachten gewonnen, en zoek ik in alles wat er gebeurd is, het duistere op en hoe het nu verlicht kan worden. Weer blinkt mij het bundeltje met kleinoodiën tegen, en ken ik de waarheid, de allereenvoudigste, Gat Mathilde d'Almonde, ze bij haar vlucht voor mij, den opgedrongen bruidegom, heeft medegenomen, omdat ze haar eigendom waren. En dan ook de dolksteek, die door een edelvrouw den knecht werd toegebracht, die haar naderde.

Ach, en mijn oogen worden vochtig, als ik aan het Offer denk, dat den schat van zoo'n hooge geboorte in zulke nederige handen gelegd heeft, als ze de mijne moest vinden.

Ik wend het hoofd om, langzaam en voorzichtig, en misschien droomt zij over hetzelfde als wat mij ontroert, want de tranen stroomen over haar wangen, en ze ziet mij aan met zulk een dankbare innigheid, dat ik een schaamte over mijn werkelijk wezen naaide wangen voel opstijgen.

Doch nu moet ik mijn aandacht weer op vader

Ik en mijn Speelman

255

Sluiten