Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om er acuter te komen waar we waren. Doch we moesten in elk geval toch eindelijk op de Moscos-eilanden komen. Na urenlang in den regen gezeten te hebben, klaarde het weer iets op. We konden nu tot 150 M. dalen. Bij de Moscos-eilanden besloten we te klimmen tot 2500 M. hoogte en dan zuiver Oost te vliegen, daar we dan na drie kwartier in de laagvlakte van Siam zouden zijn. Tevens was daar minder bewolking te verwachten. De wind was nj. uit zee. Wanneer deze tegen het hoogland stuit ontstaat er natuurlijk een sterke opwaartsche strooming. Hierdoor worden groote wolkenmassa's gevormd. Wanneer nu echter aan de wlndzrjde regen valt, is het aan de achterzijde droog.

Al onze berekeningen kwamen goed uit. Na een half uurtje Oostwaarts gevlogen te hebben, werden de wolken minder compact, en zagen we dat we reeds boven 't laagland zaten. We daalden tot 1000 M. en hadden vrij goed weer. Voor '.t eerst zagen we toen een tropischen regenbui. Zeer plaatselijk en daarom gemakkelijk te ontloopen. In de verte zagen we een groote pagode, die zich scherp afteekende. Deze pagode bleek die te zijn van 't stadje Prapaton, aan de spoorlijn naar Bangkok. Het duurde dan ook niet lang of we zweefden boven Siams hoofdstad. Het is een stad met mooie tempels, gebouwen, paleizen, etc. Het meest viel ons op een mooi paleis, dat later bleek te zijn de Troonzaal, waar Siams koningen gekroond worden. Ook de .groote tempel Wat Sraket en de Wat Cheng vallen direct in 't oog. We volgden nu de spoorlijn naar 't Noorden en kwamen zoo boven het vliegveld van Donmuang. Van boven leek het zeer groot, doch het zag er niet fraai uit. We wisten reeds van Poelman, dat het terrein zeer moerassig was. Enfin, die uitdrukking was zeker niet overdreven. De landing geschiedde echter vlot en we reden naar de groote hangar, waar onze Postduif gastvrij werd binnengehaald.

Ik begon met onmiddellijk een inspectietocht te maken over het terrein en zocht een startbaan uit voor den volgenden morgen.

Overigens heb ik daarbij hulp genoten van iemand, die aanvankelijk

uiterst bezwaarlijk nader was te identificeeren. Hij droeg n.1. alleen

een hemd, en ontpopte zich als luitenant iStien, die ons in alle opzichten behulpzaam was en uitstekend Engelsch sprak. Wij liepen samen het terrein over, toen hij plotseling „in de houding" vloog. Ik keek om, en zag een klein kereltje, ook al toegerust met niets dan een hemd. Het was niemand minder dan de luitenant-kolonel, chef van de werkplaatsen. Teneinde de rangen uit elkaar te houden begon ik een rondwandeling om dezen heer en beschouwde hem aandachtig van alle zijden om een herkenningsteeken te vinden. Fortuna was met mij: de luitenant-kolonel had op zijn eene wang een paar litteekens en sinds ik dat wist kon ik hem overal terugvinden.

22

Sluiten