Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

Bloei en verval. De nu volgende koningen hebben de macht van hun rijk hoog opgevoerd. Syrië en Nubië werden veroverd, zware schattingen moesten de onderworpenen betalen. Onmetelijke sommen konden de Egyptische heerschers besteden aan den bouw van reusachtige tempels, waaronder die van L u k s o r een der meest indrukwekkende is (Memnonszuilen).

Na ± 1050 is de geschiedenis van Egypte vrij onbelangrijk. De binnenlandsche toestanden lieten veel te wenschen over ten nadeele van de kracht van het rijk. Een machtige buitenlandsche mogendheid zou het zonder groote moeite kunnen veroveren. In 671 werd Egypte een provincie van Assyrië.

Koning Psammétichus I heeft aan deze overheersching ongeveer tien jaar later een einde gemaakt, zonder dat de Assyriërs zich daartegen verzetten. Met hem begint de geschiedenis der laatste dynastie, die over het rijk geregeerd heeft, voordat de Perzen het overweldigden in 525. Psammétichus en zijn opvolger N e c h o zijn de scheppers geweest van de Egyptische zeemacht en maakten van hun land een handelsmogendheid. Necho heeft ook Phoenicische zeevaarders een verkenningstocht om Afrika laten ondernemen. Drie jaren gingen daarmee heen. Maar het verkeer ter zee was toen nog te primitief, dan dat men van deze ontdekkingen winstgevende resultaten voor den handel kon verwachten.

Tegen het geweldige Perzische rijk was Egypte niet bestand, toen Cambyses zijn overmachtig leger op het Nijldal afzond. De nederlaag bij Pelusium, 525, besliste. Memphis moest zich overgeven.

Ontdekkingen. Ook onze maatschappij heeft verplichtingen aan de beschaving der oude Egyptenaren. Zij hebben de ontdekking van het schrift gedaan, een beeldschrift, de hiëroglyphen, dat in de 19de eeuw ontcijferd is, waarmede zij hun monumenten en tempels eeuwenlang volbeitelden. Een stap verder was de uitvinding van het papier, een stof vervaardigd uit de vezels der papyrusstengels. Daarop werd geschreven met een veel meer vereenvoudigd schrift.

In de sterrekunde waren de Egyptenaren knap. De meeste oude volkeren regelden hun tijdrekening naar den maatstaf van het maanjaar, waardoor de kalender dikwijls hopeloos in de war is geloopen. De sterrekundigen in het Nijldal hebben waargenomen, dat twaalf maan-omloopen niet uitkomen met één schijnbaren zonsomloop en dus voerden zij een zonnejaar in van 365V4 dag.

Sluiten