Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

DE ONDERGANG VAN GRIEKENLAND. § i. Dc tweede Peloponnesische Oorlog, 431—404. I. De Archidamische Oorlog, 431—431.

De oorzaken van dezen oorlog zijn tweeërlei geweest:

t> L>e jaloerschheid van den Peloponnesischen Bond op den bloei van den Attischen staat.

2. De wedijver tusschen Corinthe, de tweede handelstad van Griekenland, en A t h e n e.

Op zich zelf weinig belangrijke gebeurtenissen gaven aanleiding tot het uitbreken van den oorlog. Aan de westkust van Griekenland lag de haven Epidamnus, die in strijd geraakte met Corcyra, de derde handelsmogendheid van Griekenland. Corinthe profiteerde van de gelegenheid om Epidamnus in bezit te nemen. Corcyra verjoeg daarop in 435 de Corinthiërs en vroeg hulp aan Athene. Péricles deed wat hij kon om den vrede te redden, maar hij mocht den concurrent niet laten begaan. Een verdedigend verbond met Corcyra kwam tot stand en Corinthe zag zich de overwinning door een Atheensch eskader in 433 onmogelijk gemaakt.

Van dat oogenblik af drong Corinthe er bij Sparta op aan om den gehaten mededinger den oorlog aan te doen. De gelegenheid daartoe kwam in 432. Corinthe bewerkte een opstand tegen Athene in Potidaéa, zond er hulptroepen heen, Péricles moest een expeditie uitrusten om het gezag van den Attisch-Delischen Bond hoog te houden, de revolutie werd onderdrukt, Corinthe verslagen. Toen eischte Sparta van Athene verantwoording, weigerde een door Péricles voorgesteld scheidsgerecht om tenslotte tot de oorlogsverklaring over te gaan, 431.

Sluiten