Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

Een rampzalige ontwrichting van het binnenlandsch bestuur ging gepaard met de dreigende gevaren van buiten af. De huursoldaten, zich bewust van hun overmacht, maakten zich meester van het gezag. De praetorianen benoemen de keizers en vermoorden hen, beschikken over de veel te hoog opgevoerde belastingen, heerschen willekeurig door hun militair despotisme. In 17 jaar volgen meer dan 20 keizers elkander op, als men van opvolgen spreken mag.

De gevolgen bleven niet uit. In 256 gaat Dacië voor goed verloren aan de Germanen. Omstreeks 260 dringen de Alamannen door Gallië heen Italië binnen, om eerst bij Milaan verslagen te worden. Sapor, de koning der Nieuw-Perzen, plundert Klein-Azië uit. Het einde ïvajn^hee: rijk scheen nabij. Alleen aan de onbeschaafdheid zijner aanvallers heeft het zijn behoud te danken gehad en aan een paar soldatenkeizers, toevallig knappe generaals, die de buitenlandsche vijanden wisten te verslaan. Aurelianus, 270—275, is de meest bekende van hen. Hij herstelde de noordeh^kè; grenzen en voorzag Rome van een vestingwal. Een militaire restauratie1'kon WuSschen niet meer voldoen aan de nijpende behoeften van het geteisterd rijk. Het behoefde herziening in al <Zijn geledingen. Dit is het werk geweest van den keizer, die aan de soldatenheerschappij een einde maakte: D i o c 1 e t i a n u s.

§ 5. De Restauratie; de Zegepraal van het Christendom.

Ook Diocletianus, 284—305, werd door de soldaten tot keizer uitgeroepen, maar ditmaal leerden de legioenen hun voormaligen generaal kennen als een geboren heerscher. Met krachtige hand herstelde hij de orde in het rijk. Het hoofdkenmerk van zijn restauratie is de algeheele doorvoering van de absolute keizerlijke macht. Hij zelf voerde de wetgevende macht, hij controleerde de uitvoering zijner wetten en bevelen door middel van zijn ambtenaren. De senaat verliest den laatsten schijn van bevoegdfiSid om na een eeuwenoud bestaan feitelijk uit de geschiedenis te verdwijnen.

Diocletianus achtte terecht het bestuur over het onmetelijk rijk te veel omvattend voor één vorst. Daarom is de k e i z e r 1 ij k e macht gesplitst. De oostelijke en westelijke helft werden verdeeld over het bewind van twee opperkeizers, de grens liep over

Sluiten