Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

§ 7- Beschavingsgeschiedenis van het Keizerrijk.

Tusschen 27 vóór Christus en het Edict van Milaan, 312 na Christus, heeft het Romeinsch-Hellenistisch wereldrijk geenszins zulke eerbiedwekkende cultuurresultaten bereikt als de Grieken in de Oudheid en het Christendom in later eeuwen.

Kunst. De poëzie heeft alleen gedurende de regeering van Augustus bedragen geleverd voor de wereldliteratuur. Alle groote Romeinsche dichters zijn zijn tijdgenooten. De meest bekende is Publius Vergilius Maro, wiens omvangrijk epos, de Aeneïs, een navolging is van Homerus' Ilias als nationaal-Latijnsch heldendicht. Het werd geschreven in opdracht van Augustus.

Als er iets oorspronkelijks is in de Romeinsche poëzie, dan is het de s a t i r e. Dit genre was reeds tijdens de Republiek aan de orde, Quintus Horatius Flaccus maakte het tot wereldeigendom voor alle eeuwen. Zijn sa tiren zijn modellen van verfijnde verstandspoëzie, zijn'O d e n munten uit door bekoorlijke geestvaardigheid.

P u bii u s O v i d i u s N a s o is de dichter der pretmakendetöchtzinnigheid. Met meesterlijke bevalligheid hanteert hij taal, stijl, versmaat, maar er zit in dezen talentvollen genotmensch geen karakter, geen geestdrift, geen diepte. Zijn Metamorphosen, bekoorlijke, doch te vaak brutaal-pikante bewerkingen der goden-mythen, zijn daarvan een sprekend voorbeeld.

De werken van deze drie dichters zijn in later tijden geregeld in de talen der beschaafde volkeren overgezet. Vondel bijv. bewerkte zoowel de Aeneïs als de Metamorphosen.

Na Augustus' dood was het bloeitijdperk der poëzie te Rome voor eeuwen voorbij. Het bleef bij navolging van de groote Grieksche en Hellenistische voorgangers. Het proza is vertegenwoordigd door drie verdienstelijke schrijvers: L i v i u s, Séneca, Tacitus.

L i v i u s, een tijdgenoot van Augustus, heeft zijn volk een schoon geschreven Vaderlandsche Geschiedenis van Rome geschonken, stellig aantrekkelijker dan de meeste dergelijke werken in onzen tijd.

Séneca, de gouverneur van Nero, is de auteur van een aantal populaire werken over wijsgeerige onderwerpen. Hij was de Stoïcijnsche opvatting toegedaan. Oorspronkelijkheid is niet het kenmerk van zijn geest, veeleer bracht hij de theorieën der oude wijsgeeren weer toepasselijk op den voorgrond.

Wie van Tacitus hoort, denkt meteen aan Hooft's Nederlandsche Historiën. Hij is de beste prozaïst van den keizertijd en leefde tijdens de dynastie der Flaviërs en de Nervische keizers. Tacitus is de eerste Romein geweest, die een boek van meer beteekenis schreef, „Germania", over de toestanden en volksgebruiken onder de Germanen. In zijn groote werken, „Historiae" en „Annales", brengt hij de geschiedenis in beeld van den tijd van Tiberius tot

Sluiten