Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

123

r i n g e r s, waardoor hun heerschappij zich uitstrekte tot de Elbe en het Bohemer Woud. Ten zuiden van den Donau, tot de Alpen, woonden de Beieren, die ook het oppergezag der Merovingers moesten erkennen. Door de verovering van Boergondië en Provence was het Frankisch rijk zuidwaarts afgerond. Omstreeks 560 bereikte het zijn grootste uitbreiding onder de Merovingers. Alleen de Saksen en Friezen in het noorden bleven onafhankelijk. Oostwaarts van de Elbe hadden zich in de zesde eeuw een aantal Slavische volkeren neergezet. Vandaar, dreigde het gevaar van een tweede volksverhuizing voor Europa. Maar de Franken wisten de woeste Slaven aan hun ooster grenzen te keeren. Dat is hun groote verdienste.

Na 560 beginnen echter de bijna onafgebroken binnenlandsche oorlogen tusschen de Merovingische koningen, die hun eigen geslacht ten slotte ten ondergang gedoemd hebben. Een belangrijk moment in deze verwikkelingen is de verdeeling van 567.

Neustrië en Austrasië, 567. Bij den dood van een der vief koningen hebben zijn broeders het Merovingisch rijk onder elkander verdeeld in drie stukken:

Boergondië. Neustrië. Austrasië.

Boergondië werd later in de Middeleeuwen het koninkrijk Boergondië en omvatte in hoofdzaak het stroomgebied van de Saöne en de Rhöne.

Neustrië vormde de westelijke helft, West-Frankenland, en had een gemengd Romaansch-Germaansche bevolking, vooral in het vanouds geromaniseerde Gallië.

Austrasië, het oostelijk gedeelte, Oost-Frankenland, was bijna geheel Germaansch en had Metz als hoofdstad.

Deze verdeeling is het uitgangspunt geworden van bloedige familietwisten. B r u n i h i 1 d, de koningin van Austrasië, zag tegen geen misdaad op om haar tegenpartij, Fredegunda van Neustrië, met doodehjken haat te vervolgen. Beide jaloersche mededingsters vonden haar aanhang bij den adel, de macht der Merovingers raakte opgelost in een wirvjrar van misdadigen partijstrijd. Bij den dood van Brunihild in 613 eindigt pas de burgeroorlog bij gebrek aan kampioenen. Slechts één lid van het oude koningshuis was aan den ondergang ontkomen, ClothariusII, die nog eenmaal voor korten tijd het Merovingisch gebied onder zijn scepter vereenigde.

9

Sluiten