Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i66

het!", hetroodekruisteeken op den rechterschouder gehecht, schaarden duizenden zich in de gelederen. Geen enkel soeverein nam deel aan den eersten tocht, uitsluitend leenmannen waren de aanvoerders. De vorsten waagden zich bij voorkeur niet buiten hun land voor langen tijd, omdat hun koninklijke macht dikwijls te zwak stond. Godfried van Bouillon had den grootsten invloed onder de leiders.

De eerste tocht. Van Constantinopel uit, het algemeen rendezvous, trok het leger van ongeveer 70.000 man door Klein-Azië en stichtte in het Heilige land vier christen staatjes: Jeruzalem, Antiochië, Edessa en Tripolis, 1099.

Een blijvend gevolg van deze verovering was het ontstaan der geestelijke' ridderorden, de Tempeliers, de Johannieters, en de Duitsche Orde. Hun doel was de bescherming der pelgrims, de strijd tegen de Muzelmannen, de verpleging van zieken.

Johannieters. Reeds in 1048 ontstond te Jeruzalem, door de bemoeiingen van kooplieden uit Amalfi, een hospitaal voor de verzorging van zieke pelgrims. Weldra kwam daarbij als doel de strijd tegen de ongeloovigen: de instelling werd tot een ridderorde verheven.

Het doel van de Geestelijke Ridderorde van St. Jan was dus tweeledig-:

1. de strijd tegen de Mohammedanen;

2. de ondersteuning en Verpleging van kruisvaarders en pelgrims. ■■

De leden legden de drie kloostergeloften af, maar bovendien de gelofte der nMffia Christi, d.i. de krijgsdienst ter wille van Christus. Er bestonden drie rangen:

1. de ridderbroeders; zij moesten van adellijke afkomst zijn en immer gereed tot den strijd tegen de vijanden der Kerk;

2. de priesterbroeders; zij namen geen deel aan het werk der wapenen, maar in oorlogstijd traden zij op als aalmoezenier, in vredestijd verzorgden zij de geestelijke bediening;

3. de leekebroeders; zij vergezelden de ridders als schildknapen en waren belast met huiselijken arbeid.

De grootmeester stond aan het hoofd van de Orde. Deze was verdeeld in balijen, waarover een landcommandeur als overste optrad.

De balijen werden gevormd uit een aantal commanderijen, elk onder het bestuur van een commandeur. Deze inrichting vertoont een militair karakter.

In ons land was de landcommandeur te Utrecht het hoofd van de Nederlandsche balije. Aangezien de Orde zich in hoofdzaak wijdde aan de ziekenverpleging, noemde het volk de leden hospitaalbroeders.

Zij droegen een zwart kleed met een wit kruis op de borst. Na het verlies van

Sluiten