Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8q

Het gebeurt herhaaldelijk in de geschiedenis van de Kerk, dat de Goddelijke Voorzienigheid tegenover het dreigend gevaar der ketterij haar macht kenbaar maakt door de zending van groote heiligen om de aangerichte verwoesting te herstellen:

De H. Athanasius was de tegenstander van de Arianèn; De H. Augustinus weerlegde het Manicheïsme;

De H. Norbertus en zijn Orde zegevierden over de ketterij van Tanchelm;

De H. Dominicus en de H. Franciscus zijn met hun Orden allereerst bestemd geweest om de dwalingen der Albigenzen onschadelijk te maken. Ook in later eeuwen treft ons hetzelfde verschijnsel.

De stichter van de Orde der Franciscanen is de H. Franciscus van Assisië. Hij zelf trad op als volksprediker, ging van stad tot stad om het godsdienstig leven onder de menschen door zijn machtig woord en zijn voorbeeld van onthechting en armoede te versterken. In 1208 stichtte hij de Orde der Franciscanen, Innocentius III keurde zijn organisatie goed. De kern van den regel der Orde komt hierop neer: de leden zullen volstrekt geen persoonlijk eigendom bezitten, bedelen als de nood het eischt en zich toeleggen op de prediking. Later is deze regel herzien en in 1223 door den Paus vastgesteld. Een der meest bekende Franciscanen van de dertiende eeuw is d e H. Antonius van Padua, wiens leven door de kunst van alle tijden is verheerlijkt.

De Orde der Dominicanen ontstond bijna tegelijkertijd met die van de Franciscanen. De H. Dominicus, haar stichter, had de ketterij der Albigenzen leeren kennen en zag de noodzakelijkheid in om de burgerij en het volk tegen de rampen van zulke gevaren te beschermen door woord en voorbeeld. Daartoe organiseerde hij de Orde der Dominicanen ofPredikh e e r e n, die in 1216 door den Paus werd goedgekeurd. Haar doel is het apostolaat onder de gelöovigen en de bestrijding der ketterij door de prediking, het onderwijs, de beoefening der wetenschappen.

De beide Orden van de dertiende eeuw passen volkomen bij de behoeften van hun tijd. Zij onderscheiden zich van de beschouwende Orden, doordat zij den handenarbeid verwaarloozen om zich geheel te wijden aan hun geestelijke taak, doordat zij hun overweging en studie vruchtbaar maken naar buiten in hun missiewerk. Niet alleen Paus Innocentius III, maar ook de bisschoppen in Italië en Frankrijk, begrepen de hooge zending dezer Orden en steunden hun arbeid zooveel zij konden. Het duurde niet lang, of hun kloosters verspreidden Zich over al de landen der Christenheid.

Bij voorkeur heeft de H. Stoel aan de Dominicanen en Franciscanen opgedragen de pauselijke Inquisitie 1). Daaronder verstaat men de permanente kerkelijke gerechtshoven tegen de ketterij. De bestrijding van dit kwaad dateert van overoude tijden. Reeds in den Codex Justiniahéus vindt men daaromtrent

1) Inquisitie = onderzoek, proces, rechtbank.

Sluiten