Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

geleidelijk aan in oppervlakte toe. Een klein dorp was daar gebouwd, rondom het eigenlijk kasteel. Allerlei gebouwen vonden er plaats: vcorraadschurefl^keu-» kens en kelders, woningen voor het personeel en dikwijls een kapel.'Ben tweede, meer binnenwaarts gelegen wal, beschermde vaak nog het kasteel. In oorlogstijd vond de omwonende bevolking in zulke groote vestingen .een schuilplaats. Men bouwde ze opzettelijk op een hooge plaats, liefst op een moeilijk toegankelijke hoogte, om den omtrek te kunnen overzien. (Zie de afbeelding).

In de twaalfde en dertiende eeuw waren deze forten nog vrij ongenoeglijke verblijven. Het karakter van vesting beheerschte de inrichting te veel. De vensters moesten om veiligsheidsredenen klein blijven, de zalen en kamers

Een kasteel in de ge en 10e eeuw.

(Naar Viollet-le-Duc)

waren donker en somber, de trappen nauw en steil. Het verblijf was er, vooral des winters op het platteland, eentonig en de nog zeer gebrekkige Verhchtingsmiddelen — dikwijls alleen de vlammen van het open haardvuur onder de schouw — deden er de avonden lang vallen. Vandaar dat de ridders er veelal de voorkeur aan gaven elders hun leven door te brengen, aan het hof, in de steden, op allerlei avontuurlijke tochten. De jacht vormde buiten een geliefkoosde .uitspanning vad den adel. In de uitgestrekte bosschen zwierven herten en everzwijnen in overvloed.

Eerst in latere tijden, als de kasteelen door de invoering van het geschut hun verdedigende kracht gedeeltelijk verliezen, verkrijgen zij meer het karakter van een heerlijke woning, een lustverblijf, zelfs worden zij ten slotte paleizen.

Sluiten