Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

kloosters en ook in onze vaderlandscne literatuur der Middeleeuwen vindt men menige vertaling en omwerking van klassieke meesters* Doch in zoo wijden kring, als nu geschiedde, was de invloed der antieke beschaving, met al haar voor- en nadeelen nog nooit doorgedrongen.

De voordeden waren verruiming van den menschelijken geest en verfijning van het kunstgevoel.

Het nadeel bestond vooral daarin, dat men de ChristelijkMiddeleeuwsche beschaving begön te verachten. Geen kunst was meer goed, dan klassieke, geen letterkunde meer zuiver dan Grieksche of Romeinsche. Men wierp de eigen beschaving weg voor het nieuwe. Het gevolg is geworden, dat tot in de negentiende eeuw toe de Europeesche kunst en letterkunde in blinde aanbidding op de kniëen gelegen hebben voor de opgestane schimmen der Oudheid. De uiterlijke vormen der klassieke cultuur schitterden zoo, dat men haar innerlijke armoede niet begreep.

Humanisme. Naast de Renaissance onderscheidt men in dezen tijd het Humanisme. Hoewel de grenzen tusschen de beide begrippen niet streng door te voeren zijn, kan toch in het algemeen gezegd worden, dat onder Humanisme meer verstaan wordt de bestudeering der wijsbegeerte, taalkunde en wetenschappen der klassieke Oudheid. Het is een wet der geschiedenis, dat een lager staande beschaving dikwijls geheel en al opgenomen wordt in een hooger ontwikkelde. Zeker stond de uiterlijke beschaving der Middeleeuwen doorgaans niet zoo hoog als die der Grieken en Romeinen, maar het is de triumf der Middeleeuwen, dat haar Romaansche en Gotieke kathedralen, dat haar Vlaamsche primitieven, even fijn uitgewerkte resultaten hebben bereikt, als de tempelbouw der Grieken en Romeinen, als de meesters der vroeg-renaissance in Italië. Dat hebben de humanisten door hun eenzijdige minachting over het hoofd gezien.

Verbreiding van Renaissance en Humanisme. Van Italië ging de beweging uit. Dante, Petrarca en Boccacio zija^hfpv alleen de scheppers der Jjjgjjaansche taal, maar zij brachten ook door hun Latijnsche geschriften nieuw leven in de studie der oude letterkunde. Hun streven werd nog versterkt door de komst van vele Grieksche geleerden in Italië, vooral na den val van Constantinopel.

De Renaissance werd zeer bevorderd door de Pausen Nicolaas V, J u 1 i u s II, den kunstminnenden Leo X en door de vorsten,

Sluiten