Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

267

den Brennerpas, te bezetten om den keizer te beletten, de beroemde Spaansche en Italiaansche regimenten met zijn Duitsche troepen te vereenigen, bleven zij zoo goed als Werkeloos. Een Donauveldtocht liep op niets üft.'De bekwaamste der protestante vorsten, hertog Maurits van Saksen, verried, om het hem door Karei beloofde Keur-Saksen aan zijn neef Johan te ontnemen, de partij der Hervorming en maakte zich van diens gebied meester. Nu onttrok Johan zijn troepen aan de macht der protestanten om zijn land te herwinnen. Toen de winter naderde, geraakte, het leger van het Schmalkaldisch verbond geheel en al ontbonden. In het volgend jaar rukte Karei, die de noodige strijdkrachten onder bevel van den hertog van Alva bijeengebracht had, noordwaarts en opende den Elbeveldtocht. Bij M ü h 1 b e r g in 1547 versloeg Alva de protestanten; Johan en Filips van Hessen werden gevangen genomen. Geheel Noord-Duitschland zwichtte voor den keizer. Maurits werd tot keurvorst van Saksen benoemd.

Rijksdag van Augsburg, 1547. Karei V stond nu op het toppunt van zijn macht. Den isten September 1547 beriep hij een rP§7t s dag naar Augsburg om den toestand te regelen. De keizer liet een voorloopig geloofsformulier opstellen, het „Interim", waaraan beide partijen zich zouden houden, tot een definitieve uitspraak van het Concilie. Op deze wijze hoopte hij de protestanten te winnen. Karei V liet zich echter te veel leiden door staatkundige beweegredenen: het Interim was den katholieken een gruwel en den protestanten een ergenis. Toch scheen de keizer met Alva aan het hoofd zijner keurtroepen zijn wil te zullen doorzetten, toen een onverwachte gebeurtenis al zijn plannen in duigen wierp.

Godsdienstvrede van Augsburg, 1555. Maurits van Saksen verried uit politieke eerzucht den keizer en verbond zich in het geheim met Karel's aartsvijand, Hendrik II van Frankrijk. De Fransche koning wilde van de gelegenheid gebruik maken om de bisdommen M et z, T o u 1 en V e r d u n te veroveren. Maurits overviel bij Innsbrück plotseling den keizer, deze ontkwam ternauwernood. Karei was zoo ontmoedigd, dat hij de verdere onderhandelingen overliet aan zijn broeder (den lateren keizer) Ferdinand I, die met de Protestanten in 1552 het verdrag van Passau sloot, dat in 1555 bevestigd werd door den godsdienstvrede van Augsburg. Deze godsdienstvrede bekrachtigde voorgoed de godsdienstige verdeeldheid. Het Heilige Roomsche Rijk bleef gesplitst in een protestante eneeh katholieke helft. De Rijksvorsten en vrije Rijkssteden der „Augsburgsche Confessie" verkregen vrijheid van godsdienst

Sluiten