Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

304

zijn kortzichtige koppigheid en onbuigzame hardheid. Maar dat kan toch de revolutie niet het recht geven haar partijbelangen te beveiligen door ijzeren geweld en misdaden tegen de rec^fyaardigheid. Engeland was zijn natuurlijken regeeringsvorm kwijt; een partij beheerspjüje het land. Meer dan één omwenteling in de geschiedenis, heeft een volk gevoerd van de eene dwingelandij in de andere. Zoo zou het ook gaan met het Engelsche volk.

§ 3. De Engelsche Republiek.

Engeland een republiek 1). Het eerste werk van Cromwell na des konings onthoofding was het uitroepen van de Republiek (Commonwealth). De soevereiniteit ging over naar het Parlement en een Raad van State. Deze daad deed een heftige reactie tot uitbarsting komen. Niet in Engeland, daar regeerde de sabel, maar in het onderdrukte Ierland en in het door den lossen band der personeele unie met Engeland verbonden Schotland. De mishandelde koning werd in de oogen van het volk de martelaar der vrijheid, schrille tegenstelling met de dwingelandij der Independenten! Cromwell moest, om zich staande te'houden, zijn militaire macht ook doen gelden in IerLand en Schotland.

Ierland en Schotland onderworpen. In 1649 trok hij met zijn leger naar het ongelukkige eiland der Ieren. Vreeselijk hield hij er huis. Alleen daarom al verdiende hij door Vondel uitgescholden te worden voor weerwolf. Het bloedbad van Drogheda is de zwartste bladzijde uit zünsombere loopbaan2). Duizenden ongelukkige Ieren werden naar West-ïndië vervoerd en daar als slaven verkocht; duizenden hectaren land zijn aan hun wettige eigenaars ontroofd en onder Engelsche protestanten verdeeld.

Toen Schotland. Daar was een royalistische opstand uitgebroken tegen het nieuwe bestuur. De Schotten wiroén een koning en riepen den zoon van hun onthoofden monarch: Karei, den lateren

1) Een der vurigste verdedigers van de Engelsche republiek was de groote dichter John' Mi 11 o n, de zanger van het Paradise li» its, die de teredi£4 stelling van Karei I in eqn ^welsprekend Latijnsch betoog had verdedigd.

2) Vgl. W. Mulder, De Iersche Kwestie. Leiden, 1923.

Sluiten