Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

321

mogendheid, maar begon zich in dezen tijd heel voorzichtig te wagen in de Europeesche staatkunde. Vandaar de tastende, zoekende politiek van Frederik Willem, die zich met ietwat benepen berekening nu eens bij de eene, dan bij de andere partij aansluit, naarmate zijn eigen belangen zulks wenschelijk maken.

De Keurvorst slaagt er in zijn hertogdom tiWrtsdden van een verovering door het verdrag van Mariënburg, 1656, waarbij hij den koning van Zweden erkent als leenheer over Pruisen in plaats van den Poolsfchen vorst. Karei X verslaat in dit&Ifde jaar het laatste Poolsche leger bij W a r s c h a u. Maar de overvnamng bleef vruchteloos. Waren de Zweden al meester in de steden, op het uitgestrekte platteland van Polen organiseeirfc'ïich een aaneengesloten, nationaal verzet tegen den overweldiger. De andere rondomliggende mogendheden gevoelden de bedreiging van de Zweedsche overmacht, er komt een groote coalitie tegen Karei X tot stand tusschen Rusland, den Duitschen keizer, Brandenburg, Denemarken, 1657. Dat is het keerpunt in dezen Noordschen oorlog.

De Poolsche koning kocht het bondgenootschap van Brandenburg door het verdrag van We hl au, 1657, waarbij hij afstand deed van de soevereiniteit over het hertogdom ten gunste van Frederik Willem. De Keurvorst zag in de groote coalitie een gevaarlijker tegenstander dan in Zweden.

Karei X intusschen ondervond tegelijkertijd den weerstand van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. Jan De Witt hield zich buiten de coalitie en den oorlog, maar handhaafde de vrije vaart op de Oostzee door van Wassenaar Obdam met een observatievloot naar Danzig te zenden en Zweden te dwingen tot een verdrag van Elbing, dat het verkeer door de Sont en naar de Baltische havens waarborgde en de blokkade van Danzig ophief.

Een aanval van de coalitie ontweek Karei X. Hij gaf Polen op, marcheerde met zijn leger van de WeTchsel naar de Elbe, om Denemarken, den ouden mededinger van Zweden, te overvallen door een plotselinge verovering van Holstein en Jutland. In Januari 1658 waagt hij den tocht over het ijaïyan de Kleine Belt naar Fünen, Seeland, Kopenhagen; het scheen met Denemarken gedaan.

Toen herstelde de vrede van Roeskilde een oogenblik de rust in het Noorden. De tusschenkomst van de Republiek behoedde Denemarken voor nog grooter^vèrliezen, dan het nu moest lijden: Drontheim in Noorwegen; Sconen, Blekinge, Halland langs de Sont. Zweden verkreeg BoVendien vrr)heid van Sonttol en vréémde oorlogschepen zouden dérSont niet mogen passeeren.