Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

DE VERLICHTING.

Algemeen Overzicht. Gedurende de achttiende eeuw ontstaan in Europa nieuwe staatkundige verhoudingen, die in de geschiedenis van de negentiende eeuw doorwerken. In hooger mate nog geldt dit voor het geestelijk leven. Het is de tijd der „V e r 1 i c h t i n g", van de twijfelzucht, van de revolutie der gedachte. De betreurenswaardige gevolgen van het moderne ongeloof zien wij nog eiken dag om ons heen. De meeste vorsten van Europa raakten onder den invloed van de „Verlichting", zij waagden zich aan gewoonlijk mislukte hervormingen, men noemt hen verlichte despoten.

Vergeefs hebben de Pausen gewaarschuwd, de Orde der Jezuieten werd zelfs het slachtoffer van haar dappere verdediging van de waarheid. Tegen de Kerk werd de dwaling georganiseerd in de Vrijmetselarij. De toestanden in Frankrijk lieten zooveel te wenschen over, dat daar de revolutionnaire theorieën het meest ingang vonden. De regeering van Lodewijk XVI beleefde het voorspel van den opstand tegen het gezag.

§ i. De eerste aanval op het gezag.

De eeuw van het despotisme gunde haar beschaving alleen aan de bevoorrechte standen. Deze beschaving zelve verwijderde zich hoe langer hoe meer van het Christendom. Dientengevolge ontwikkelde zich een stemming van ontevredenheid met de bestaande maatschappelijke verhoudingen, die in oververmoeidheid ten slotte oversloeg tot twijfelzucht en verzet tegen het gezag.

Engeland is hierin voorgegaan.

De moderne Wijsbegeerte. Wijsgeeren als L o c k e, f 1704 en H u m e, t ^11^ trachtten den godsdienst te vervangen door het rationalisme. Zij wilden de Openbaring en het Geloof verwerpen voor de Rede. Tegelijkertijd oefenen zij een scherpe kritiek uit op den staat en de maatschappij, zij werpen zich op de illusie van een wereld zonder armoede, misdaad, ellende. Hun theorieën waren in werkelijkheid niets anders dan gevaarlijke ketterijen.

In 1689 schreef Locke zijn „T w o T r e a t i s e s o n Government", een verdediging van de revolutie van 1688 in Engeland, meteen een pleidooi voor de theorie der volkssoevereiniteit. Hij formuleerde de dwaling, dat de wet als uiting van den volkswil het opperste gezag vormt, zonder met de rechten van de Kerk rekening te houden. Men vindt dit denkbeeld terug bij het liberalisme van de negentiende eeuw. Het is het motief geworden voor menige kerkvervolging.

Sluiten