Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

tagnards" (100 leden), aldus genoemd, omdat zij de bovenste rijen banken bezetten. Zij wenschten de republiek onaantastbaar te maken door haar tegenstanders schrik in te boezemen en een sterk gecentraliseerde regeering in te voeren. De konsekwentie van hun denkbeelden was een schrikbewind. De voornaamste Montagnards waren: Robespierre, Danton, Philippe E ga 1 i t é, Marat.

Tusschen beide partijen in stond het centrum, „la P1 aine". Dit vormde de meerderheid en volgde nu eens de eene, dan de andere fractie, meestal de Jacobijnen, uit vrees.

De Jacobijnen dienden het voorstel in om den koning in staat van beschuldiging te stellen. Zij wilden het monarchale Europa braveeren. „Jetons-lui en défi une tête de roi", vond Danton. Waarmee het over den koning gehouden gericht meteen geoordeeld is.

Proces van Lodewijk XVI. In December 179a begon het proces. In de Tuileriëen had men bewijzen gevonden van verstandhouding tusschen het hof en Oostenrijk. De koning zou voor het geheele Fransche volk terecht staan: dus was de Nationale Conventie de aangewezen rechtbank. Zij zou optreden als aanklager en rechter tegelijk.

Noodelooze wreedheid was het Lodewijk uit den kring van zijn gezin te verwijderen en als een gevangen misdadiger te behandelen. Dagen achtereen verschijnt „Louis Gapet", zooals men hem noemde, voor de Conventie. Zijn advocaten, Malesherbes, de Sèze, beriepen zich terecht op de door de grondwet gewaarborgde onschendbaarheid van den vorst. Verpletterend was de verdediging van de Sèze, die de Conventie voor de voeten gooide: „Ik zoek bier rechters, ik vind slechts beschuldigers".

Alles was vergeefs. De Montagnards wilden den dood des konings. In Januari 1793 moest beslist worden of Lodewijk schuldig was of niet. De voornaamste beschuldiging was die van hoogverraad. Met bijna algemeene stemmen werd de vraag: „Is de koning schuldig?" bevestigend beantwoord. Maar welke straf zou men hem opleggen? De meeste Girondijnen wilden hem het leven sparen tegen de Jacobijnen in. Vandaar het voorstel van een plebisciet, in hooger beroep van de uitspraak der Conventie. In stilte verwachtten de Girondijnen een groote volksmeerderheid tegen de doodstraf. Robespierre voerde daartegen aan, dat er dan een burgeroorlog zou uitbreken. De Jacobijnen wonnen het pleit. De Conventie zou dus beslissen. Ieder lid werd verplicht bij de stemming tegenwoordig te zijn. Het uitbrengen van de stem moest geschieden met luider stemme, vóör de tribune, ten aanhoore van het gepeupel, dat de zitting bijwoonde. De Jacobijnen hadden hun maatregelen goed getroffen. De meerderheid sprak zich uit vóór de doodstraf, maar 60—70 stemmen waren uitgebracht met de voorwaarde er bij, dat de straf niet terstond zou voltrokken worden. De Girondijnen trachtten daarvan nog partij te trekken ten gunste van den koning. Misschien waren er onder de voorstemmers wel meerdere,

Sluiten