Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

weinig kapitaalkrachtig om groote zaken te kunnen ondernemen. Evenwicht tusschen het reusachtig aanbod en de beperkte vraag kon zoo spoedig niet bereikt-worden.

Economische misstanden. Het gevolg van deze economische crisis was, dat Engeland te kampen kreeg met werkloosheid op groote schaal. De handenarbeid kon de concurrentie met de machine niet volhouden, terwijl veel fabrieken moesten sluiten. Dat wreekte zich op den arbeider: de loonen dalen op onrustbarende wijze. De maatschappelijke toestand was dus niet bijster rooskleurig. Pakkende leuzen als „Bread or Blood", „Liberty or Death", doen opgeld onder het volk. Het komt tot oproer onder de werklieden. Zulke uitbarstingen werden door de regeering met kracht, ja wreedheid onderdrukt, zooals b.v. de groote meeting te Peterloo bij Manchester, 1819, die met geweld uiteen gedreven is. De Habeas Corpus Act is zelfs door het tory-gouvernement tijdelijk buiten werking gesteld. Ook in wijdere kringen begon men de verouderde verhoudingen in de handelswetgeving, het strafrecht, de volksvertegenwoordiging ernstig te bestrijden. Er vormt zich een hervormingsgezinde partij, Wilham Cobbett spoort de arbeiders aan tot het opeischen van hun rechten. Groote schrijvers werkten in denzelfden geest, o.a. Walter Scott en Lord Byron. Merkwaardig zijn in Engeland de veranderlijke schaalrechten, die dateerden vsn 1773. Er mocht namelijk geen buitenlandsch graan worden geïmporteerd, zoolang niet in het land zelf de prijs van het koren boven een zekere som was gestegen; werd die grens bereikt, dan zou op het ingevoerde graan een belasting geheven worden, en wel lager, naarmate de prijs in Engeland hooger werd. In gewone tijden werd daardoor geen graan ingevoerd, want in den regel bleef het koren goedkooper. Natuurlijk profiteerden de groot-grondbezitters, voor het meerendeel tories, er het meest van, want de pachten werden hooger, naarmate het graan duurder was. Maar van den anderen kant bleven de korenprijzen doorloopend toch hoog, omdat er altijd een beperkt aanbod was tengevolge van het invoerverbod. Met het koren gaan de broodprijzen mee, de arbeidende klasse ondervond ook van de schaalrechten drukkende gevolgen.

Peel en Canning. In 1820 stierf George III, de laatste koning, die in Engeland autocratisch regeerenkon.Zijn opvolger, George IV, 1820—1830, was zeer impopulair, een zeldzaam verschijnsel in Engeland, maar het was zijn eigen schuld. Zijn particulier leven gaf

Sluiten