Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

hertogdommen opvolgen prins Christiaan (IX) van Sonde r b ur g-G 1 ü cks b u r g, verwant aan den regeerenden koning, met voorbijgaan van hertog Frederik van Sonderburg-Augustenburg, die op Sleeswijk-Holstein meer recht had.

Het gevolg van de eerste bepaling was, dat Pruisen zijn overwinnende troepen moest terugtrekken uit het betwist gebied, een nederlaag tegenover de gezamenlijke diplomatie van Oostenrijk, Rusland en Engeland. Buiten den Duitschen Bond om werd de zaak beslecht, de Duitsche eenheid leek nog ver af. Oostenrijk had zijn plaats weten te handhaven.

De Fortschrittspartei, 1861. De gebeurtenissen in Italië in 1859 deden de actie voor de Duitsche eenheidsidee weer opleven onder de liberalen in Pruisen, georganiseerd in de „Fortschrittspartei", die propaganda maakte voor een nieuwe nationale constitutie onder hegemonie van Pruisen.

In 1861 kwam Willem I aan de regeering, 1861—1888. Hij hield er rekening mee, dat in de toekomst de rivaliteit tusschen Oostenrijk en Pruisen niisschien zou uitgevochten worden met de wapenen; derhalve achtte hij versterking van het Pruisisch leger noodzakelijk. De koning wilde den algemeenen dienstplicht met driejarig verblijf onder de wapenen invoeren, maar de Fortschrittspartei trad hem in den weg. De liberalen weigerden de vereischte kredieten aan de regeering, tenzij de diensttijd op twee jaar werd vastgesteld.

Willem I kon met zijn ministers den tegenstand niet meester worden. Kamerontbinding liep uit op versterking van de oppositie, de koning dacht er reeds over van de regeering afstand te doen, toen hij in Otto von Bismarck den man vond, die hem krachtig zou ter zijde staan.

Bismarck (geb. 1 April 1815) stamde af van een Pruisische landjonkersfamilie. Aanvankelijk had hij de ambténaarsloopbaan bij de rechtelijke macht gekozen, maar daarin geen bevrediging vindend voor de in hem woelende energie, werd hij diplomaat. Achtereenvolgens trad hij op als gezant van Pruisen bij den Bondsdag, te St. Petersburg en Parijs. Het zijn zijn leerjaren geweest: in de internationale politiek was hij op zijn terrein. Zijn groote aanleg voor het regeeringswerk trad duidelijk aan het licht.

Niemand beter dan Bismarck begreep, dat de Duitsche Bond behoorde plaats te maken voor een hechtere staatkundige organisatie van het Duitsche volk. Dat te bereiken zou volgens zijn overtuiging alleen mogelijk zijn door machtsontplooiing, nooit door overleg.

Sluiten