Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

heidvanéénstem viel het besluit, dat het uitvoerend gezag zou berusten bij een president, 1875. De republiek werd bevestigd, tot heden toe. De wetgevende macht kwam in handen van de Kamer van Afgevaardigden en den Senaat. De president is bekleed met de uitvoerende macht voor zeven jaar. Algemeen kiesrecht en ministerieele verantwoordelijkheid werden ingevoerd.

Bij de verkiezingen van 1876 veroverden de republikeinen een overweldigende meerderheid in de Kamer, de Senaat bleef nog in meerderheid monarchaal.

Feitelijk was dit de nederlaag van de monarchie en van de Kerk. In den verkiezingsstrijd waren beiden met elkander vereenzelvigd. Het volk was de revoluties moe, doorzag de onmacht der monarchisten en gaf zijn stem aan de republikeinen. De Vrijmetselarij won aan invloed en werd een bolwerk van het ongeloof. Bijna alle leiders van de republikeinen waren er bij aangesloten: Gambetta, Ferry, Favre, Victor Hugo, Grévy, Carnot1), Albert de Mun en Louis Veuillot verdedigden ridderlijk de katholieke beginselen, maar konden de nederlaag niet afwenden.

Aftreden van Mac Mahon, 1879. Gambetta zette den strijd tegen de Kerk onverpoosd voort: „Le déricalisme, voüarennemi!" (1877). Tegen Mac Mahon keerde hij zich met de bedreiging, dat het volk hem zou dwingen: „de se soumettre ou se démettre". Mac Mahon ontbond de Kamer met toestemming van den Senaat. Een heftige verkiezingscampagne volgde, de laatste worsteling tusschen de monarchie en de republiek. Gambetta won den slag. In 1879 moest een gedeelte van den Senaat periodiek aftreden, toen ging ook in dit college de meerderheid om, Mac Mahon legde nu het presidentschap neer. Grévy werd zijn opvolger.

c. De radicale republiek. Sedert is de regeering van Frankrijk a n t i c 1 e r i c a a 1, da. anti-katholiek, gebleven. De Vrijmetselarij gaf in de Derde Republiek den toon aan. Minister Ferry opende den aanval op de Kerk door zijn onderwijs-decreten. Berucht is art. 7 van zijn wetsontwerp van 1879, waardoor aan de Kloosterorden en Congregaties en daarmee aan de Kerk de bevoegdheid tot het geven van onderwijs ontnomen werd. De Senaat verwierp het voorstel, maar toen dreef Ferry de vervolging door b ij decreet, steunend op de Kamer. In 1880 werden de religieuzen door de politie uit hun scholen verdreven. Het was de Vrijmetselarij te doen

1) Lecanuet, L'Eglise de France sous la troisième République, Dl. I, blz. 483 vlg. (Parijs, 1910).

Sluiten