Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330

In hetzelfde jaar 1894, toen de president Sadi Carnot vermoord weru door een anarchistischen aanslag, is de kapitein van den generalen staf, Dreyf u s, een jood, verbannen naar Guyana wegens landverraad. De veroordeelde hield zijn onschuld vol, men zocht achter het vonnis van den krijgsraad antisemitisme, er vormen zich partijen voor en tegen. Emile Zola schrijft eenige heftige pamfletten tegen de regeering, er groeit een schandaal uit het geval, waarvan de Vrijmetselarij gebruik maakt voor een anticlericale agitatie.

In 1898 stonden de verkiezingen in het teeken van de Dreyfusaffaire. Radicalen en sociaal-democraten veroveren samen de meerderheid, zij sluiten zich aaneen tot een pohtieke coalitie, waaraan Clémenceau den naam gaf van het B 1 o c. Daarmee begint de periode van de sociaal-democratische Republiek,

1898— 1914, waarin de Vrijmetselarij een dwingenden invloed heeft uitgeoefend. L o u b e t werd de eerste president van het Bloc,

1899— 1906. W a 1 d e c k-R ousseau en Combes, een renegaat, treden op als minister-president, 1899—1906.

De Kerkvervolging. In 1899 wordt Dreyfus in hooger beroep opnieuw veroordeeld.l) De meerderheid der katholieken eerbiedigde deze uitspraak van het hoogste gezag, maar de Vrijmetselarij en de sociaal-democratie overstelpten hen met verwijten en verdachtmakingen, als gold het een militaristische en clericale samenzwering tegen de Republiek.

De politieke hartstochten raakten los, er ontstond een koortsachtige opwinding. De nobele en klare verdediging van de Kerk door Albert de Mun vermocht het onheil niet af te wenden. Paus Leo XIII, had een ridderlijke poging gedaan om het vertrouwen van de Fransche regeering in den H. Stoel te herstellen door in 1898 het Fransche protectoraat over de christenen in het Oosten (dit dateerde reeds uit de zestiende eeuw) rechtens te erkennen, maar vergeefs.

De Vrijmetselarij deed zich kennen als tegen-kerk, haar doel was de opheffing van de wettelijke vrijheid van het onderwijs en de verbreking van het concordaat van 1801. Zij wilde scheiding van Kerk en Staat, d.w.z. alleenheerschappij van het laïcisme. Het Bloc in de Kamer was haar instrument, in strijd met den parlementairen regeeringsvorm, welke in beginsel niet berust op dwingelandij van een meerderheid.

De opheffing der kloosters. Waldeck-Rousseau stelde in 1901 eenige wetsontwerpen aan de orde in de Kamers, waarvan de strek-

1) Later is zijn proces herzien en geëindigd met vrijspraak.

Sluiten